In een interessant artikel in de Harvard Business Review beschrijft Max Marner de opkomt van de ‘transformational entrepreneurship'. Beeld u in dat de schaalvergroting die mogelijk wordt gemaakt door technologie wordt gecombineerd met een sociaal doel (of, zachter uitgedrukt: met een positieve sociale impact) en u snapt waar het om draait.

Max heeft dit idee mooi in een grafiek gezet:


 

Kan je ondernemingen bedenken die zich in de kwadrant bovenaan rechts bevinden?

Je zou kunnen zeggen dat organisaties als de World Economic Forum of zelfs TED Talks zich hierin bevinden – ze hebben dan wel een globale reikwijdte, maar in welke mate hebben ze een economische impact?  Omgekeerd, als je kijkt naar de bedrijven met de sterkst groeiende economische impact – de Googles, Amazons en Apples van deze wereld -, kan de vraag gesteld worden hoe sterk hun sociale relevantie is. Apple zou tot voor kort zelfs in een negatieve kwadrant kunnen worden geplaatst omwille van de erbarmelijke werkomstandigheden waarmee het haar toeleveranciers liet opereren (ondertussen hebben ze er wat aan gedaan).

Voor Google zal dit misschien nog meevallen. De minder bekende dochter Google.org focust zich uitsluitend op sociale doelstellingen. Maar meer nog: het doet dit overwegend door gebruik te maken van Google producten – zo stelt het bijvoorbeeld Google Earth ter beschikking van humanitaire hulpverleners na een natuurramp, om ze efficiënt naar bepaalde plaatsen te loodsen.

Is dit ‘transformational'? Jazeker. Is dit de wenselijke toekomst? Niet noodzakelijk. Social entrepreneurs kunnen bijvoorbeeld bewust verkiezen kleinschalig te blijven, maar een beweging in gang zetten die ‘transformational' is. De economische impact hoeft niet noodzakelijk gebonden te zijn aan een onderneming of instantie.

Het is daarom misschien nuttiger om te kijken naar de beweegredenen voor ondernemingen om aan ‘social good' te gaan doen:

Op de horizontale as wordt weergegeven of de aanpassingen naar sociaal verantwoord gedrag wordt opgelegd door de omgeving (links) of uit eigen initiatief voortkomt (rechts). De horizontale as geeft weer of deze veranderingen eerder contextueel zijn (beneden) of de kernactiviteit van de onderneming raken (boven).

Onderaan links (‘must do') bevinden zich veranderingen die veelal voortkomen uit reguleringen. Bovenaan links is duidelijk een kwadrant waar je niet in wilt vertoeven: het zijn fundamentele aanpassingen die worden opgelegd door de omgeving –denk aan de organisatorische aanpassingen die BP heeft moeten uitvoeren na de ramp in de golf van Mexico.

Onderaan rechts (‘good to do') is overbevolkt. Hier bevinden zich de stichtingen die elke onderneming van een zekere omvang hebben opgericht (al gaan sommigen zoals Dell daar behoorlijk creatief en innovatief mee om).

Maar het is het kwadrant rechts bovenaan die werkelijk interessant is, ‘transformatief', zo je wilt. Hierin bevinden zich uiteraard de social entrepreneurs, die soms de capaciteit hebben om gevestigde markten te hertekenen (denk maar aan de open source movement binnen de pharmaceutische sector). Beter nog: het is daar waar ook ‘klassieke' ondernemingen ruimte hebben om te innoveren - zelfs met winst.

Neem als voorbeeld ‘CRM in de Cloud' leverancier Salesforce.com, dat haar ‘1-1-1' principe van bij de oprichting als kernwaarde hanteert. 1% van de tijd van haar werknemers mogen ze aan een goed doel besteden, 1% van de aandelen wordt opzijgezet voor goede doelen, maar belangrijker: 1% van de licenties van de software wordt gratis gedoneerd aan sociale instellingen. Daarmee zet het haar kernproduct zèlf in voor een goed doel.

Kennen jullie nog andere voorbeelden?

-- --

Vond je dit artikel waardevol? Deel het dan hieronder via Twitter, Facebook of Linkedin.

Volg je @bloovi al op Twitter? #bloovi