Onze economie, maatschappij en machtsverhoudingen staan onder gigantische druk. Dit is er aan de hand:

Mischa Verheijden
Door Mischa Verheijden Innoveren
Onze economie, maatschappij en machtsverhoudingen staan onder gigantische druk. Dit is er aan de hand:

foto: shutterstock.com

De spelregels van onze maatschappij worden, veel meer dan we beseffen, bepaald en begrensd door de mogelijkheden en vereisten van de beschikbare technologieën. Dat stelt economiefilosoof Rogier De Langhe. In gesprek met Bloovi-schrijver Mischa Verheijden legt hij haarfijn uit hoe de industriële technologie nog altijd de spelregels van onze moderne maatschappij bepaalt. En hoe de digitale revolutie leidt tot een verandering van die spelregels. Dit artikel is een must read voor wie echt wil begrijpen wat er zo drastisch aan het veranderen is in de economie, onze maatschappij en in machtsverhoudingen.

Rogier De Langhe (Kortrijk, 1982) is master in filosofie en master in economie en is als economiefilosoof verbonden aan de UGent. Hij maakte de financiële crisis van 2008 van dichtbij mee en besloot op zoek te gaan naar een nieuwe filosofie van de economie. Hij is gefascineerd door institutionele verandering: van politieke revoluties tot paradigne-shifts. In opiniestukken in De Morgen en De Standaard deelt hij zijn gedacht over ‘waarom we ons te pletter werken’ en ‘waarom er niet genoeg is voor iedereen’.

Het is een zonnige dag in juni als ik Rogier bij hem thuis in Melle op zoek. Achteraan in zijn tuin heeft hij een rustige plek omringd door groen en volop fluitende vogels. Spin het plaatje, de ideale omgeving voor een goed gesprek, dat hij begint met de uitleg wat een economiefilosoof is en doet.

Rogier: "Klassieke economen hebben allerlei assumpties die voor hen gewoon vastliggen en waarbinnen ze die economische theorie maken. Maar wat als die assumpties veranderen en voor die markt niet meer vanzelfsprekend blijken, zoals gebeurd is tijdens de financiële crisis.

Als je dan een economische theorie hebt die vertrekt vanuit de assumptie dat die markt er gewoon is en die markt verdwijnt plots, dan heb je niet veel meer aan je theorie.

Ik maakte die crisis van dichtbij mee. Ik zat in het begin van mijn onderzoek en was geïnteresseerd in alternatieve economische scholen en ging naar conferenties. Daar hoorde ik de klachten over die heel eenzijdige manier om naar de economie te kijken, waarbij geen rekening wordt gehouden met de geschiedenis en er gewoon van wordt uitgegaan dat die markt daar altijd is geweest. Wat niet zo is. Dat was begin 2006 en dan in 2008: ‘BANG’, komt heel dat ding naar beneden.

De klassieke economen stonden machteloos: ze hebben geen antwoord op hoe onze wereld aan het veranderen is.

Maar na 2008 zijn ze, en ook grote instellingen als het IMF en de Wereldbank, zich gaan realiseren dat hun kaders toch niet zo geschikt zijn om de realiteit vorm te geven en ze misschien op zoek moeten naar nieuwe kaders.

Op zo'n moment komen filosofen van pas, omdat net zij op zoek gaan naar wat die nieuwe kaders dan moeten zijn. Net als Adam Smith in 1750 aan het begin van de Industriële Revolutie zag dat er een hele nieuwe vorm van arbeidsverdeling en productie tot stand kwam. Hij benaderde economie eerder als een filosofische discipline en ging kijken hoe al die veranderingen met elkaar waren verbonden om dat dan betekenisvol te kunnen onderzoeken.

Dat zie ik ook als mijn rol als filosoof: meehelpen in de zoektocht naar nieuwe kaders. Ik ga op zoek naar wat de vragen zouden moeten zijn en hoe die met elkaar zijn verbonden. Het is dan aan economen om die vragen te beantwoorden.

Waar ik me over verwonder, want daar begint het eigenlijk mee voor een filosoof: je verwondert je over een aantal dingen die je ziet gebeuren ...

Wat ik vandaag zie, is dat heel veel klassieke businessmodellen en organisatiemodellen in het algemeen, niet enkel economisch maar ook bijvoorbeeld hoe onze maatschappij georganiseerd is, plots ophouden met werken. Of toch niet meer zo goed werken als vroeger.

En omgekeerd dat er ook allerlei nieuwe modellen zijn, die vroeger helemaal niet of op heel kleine schaal bestonden, opeens heel groot worden en als paddenstoelen uit de grond schieten.

Netwerkvoordelen doen op heel korte tijd een sector verdampen

Kijk naar hoe Kodak tot zijn einde is gekomen. Dat is eigenlijk een van de vroegste slachtoffers van digitalisering. Dat is heel brutaal geweest.

foto: shutterstock.com

Mijn oom was fotograaf en hij zei: ‘digitaal zal nooit klassieke fotografie inhalen. Het is gewoon een totaal andere beleving om een echte foto te hebben’. En opeens, op een paar maanden tijd, was het gedaan en is ook onze manier van met beelden omgaan helemaal veranderd. Hij heeft gewoon zijn eigen job zien verdampen en dat gebeurt in heel veel sectoren nu.

Denk aan al die reisagentschappen. Vroeger, en dat is nog niet zo gek lang geleden, was er in elk dorp wel een reisagent die jouw reis plande en die voor jou op zoek ging naar een hotelletje.

Nu doen mensen dat zelf op een site als booking.com, die gewoon heel die markt, al die reisagenten, al die mensen in al die dorpjes allemaal opgezogen heeft in die ene site.

Ze hebben hotels van hen afhankelijk gemaakt en pakken daar commissie op. Ze hebben die marktmacht en het hangt ervan af hoe sterk ze die macht uitspelen en kunnen uitspelen, maar door die tussenstappen als een reisagent te elimineren kunnen ze het een stuk efficiënter doen en hebben ze allerlei netwerkvoordelen.

Die netwerkvoordelen zijn zo gigantisch dat die klassieke reisagenten op heel korte tijd zijn verdampt. En je kunt bijna geen sector meer bedenken waar het niet al bezig is of heel acuut dreigt dat er allerlei veranderingen komen. Mocht ik op dit moment CEO zijn van eender welk bedrijf, dan zou ik met de piepers zitten: ‘ben ik de volgende?’

Tijd nu doet denken aan periode van de Franse Revolutie

Wat is de logica achter de verandering van die spelregels, daar wil ik achterkomen. Hoe komt het dat al die bedrijven die, gegeven de spelregels van vroeger zo goed waren...

Beeld: schilderij door Ferdinand Delacroix (1798-1863) (bron: shutterstock.com)

Daarom is het heel belangrijk te weten te komen wat er aan het veranderen is, waar het naartoe gaat en hoe je je eventueel daaraan kan aanpassen. Niet alleen als bedrijf, maar ook als overheid.

Wat als morgen blijkt dat een of andere startup uit Silicon valley die hele overheid tien keer zo efficiënt kan runnen met elke week verkiezingen in plaats van om de vier jaar. Dan verdampt misschien het model van de natiestaat, net zoals Kodak in de tijd.

De tijd nu doet sterk denken aan de periode van de Franse Revolutie, wat samenviel met de opkomst van de industriële wereld. Toen werden ook opeens nieuwe dingen mogelijk. De stoomtrein en drukpers zijn twee technologieën die toen de spelregels van de economie helemaal hebben veranderd, waardoor andere structuren mogelijk werden: de natiestaat en bedrijven bijvoorbeeld.

De industriële revolutie heeft ervoor gezorgd dat de spelregels zodanig waren dat staat en markt samen groot zijn kunnen worden en tot een soort van entiteiten konden evolueren. Wat je vandaag ziet, is dat net die entiteiten die het toen zo goed deden in de problemen komen. Die staten en markten functioneren plots niet meer.

Kijk naar de financiële crisis. Kijk naar de Panama-papers: natiestaten komen onder druk en kunnen hun regels niet meer afdwingen bij hun bevolking. Die bevolking zegt gewoon: ‘als jij teveel geld vraagt of teveel regels maakt, dan ga ik gewoon naar Panama wonen en ga ik daar wel staatsburger zijn’. Vroeger kon je dat niet zo makkelijk zeggen, maar vandaag kun je met een druk op de knop honderden miljarden naar Hongkong sluizen.

In zo’n wereld is de afdwingbaarheid van de belastingregels door een natiestaat helemaal anders dan in een klassieke wereld.

Een natiestaat is vandaag één van de spelers naast andere spelers zoals multinationals en grote banken die veel beter genetwerkt en globaal actief zijn en veel meer informatie en know-how hebben.

Gewijzigde machtsverhoudingen

Er is een tijd geweest waarbij de natiestaat groot en machtig was, ze had de schaal die niemand anders had en ze was een soort knooppunt van informatie. Door het verschil in informatie kon je heel veel macht uitoefenen. Ze had de controle en het overzicht. Die machtsverhouding is gewijzigd.

Die machtsverhouding, van wie de kennis heeft en het overzicht in handen heeft, is gewijzigd. Denk aan Google, het internet is een grote grooming buzzing confusion en Google is erin geslaagd daar orde in te scheppen. Zij zijn de gatekeeper van het internet. Het is van hen als het ware.

Vroeger had je veel meer gatekeepers en die konden ook naast elkaar bestaan. Mensen kozen er een die binnen hun zuil paste. Maar nu is het er één, daarna komen er ook nog wel maar die spelen eigenlijk niet meer mee.

Van verticale hiërarchieën naar horizontale netwerken

Dat brengt ons al meer bij de manier waarop de spelregels zijn veranderd. Je had een verticale wereld waarin de schaalvoordelen belangrijk waren en waarbij elke hiërarchie als het ware zijn eigen burcht bouwde met een ophaalbrug waar zij dan gatekeeper van waren. Wou je toegang tot die burcht, dan moest je doen wat zij zeiden.

Vandaag zien we een paradoxale beweging. Enerzijds verdwijnen alle gates, omdat het via netwerken bijna niet meer mogelijk is om nog een slotgracht te graven. Denk aan Wikileaks: informatie kan je niet meer achterhouden of controleren. Je vindt altijd wel een weg. Anderzijds heb je wel een nieuw soort gatekeeping.

We komen van een systeem, waarin mensen tegenover allerlei verticale hiërarchieën, zoals een werknemer tegenover zijn werkgever, stonden.

We evolueren nu naar een systeem waarbij het terug meer lijkt op de manier waarop een horige tegenover zijn grootgrondbezitter stond. Je kan grotendeels je eigen ding doen, maar je leeft op de grond van de grootgrondbezitter ... Een platform zeg maar.

De spelregels zijn zodanig veranderd dat horizontale netwerken, platformen als Google, Facebook en Uber komen bovendrijven. En in plaats van bedrijven die dingen maken, krijg je platformen die mensen de middelen geven om zelf dingen te maken.

foto: shutterstock.com

Een klassiek voorbeeld is een encyclopedie. Vroeger had je een hele bureaucratie. Er komt heel veel bij kijken om allerlei academici en allerlei mensen te betrekken bij het creëren, een productie van een encyclopedie. Vandaag heb je zoiets als Wikipedia die eigenlijk een platform is. Die de mensen de middelen geeft om zelf die encyclopedie samen met elkaar te maken.

En zo zie je dat het grootste taxibedrijf ter wereld geen auto's heeft. De grootste softwareverkoper in de wereld zelf geen software maakt. Het grootste mediabedrijf ter wereld geen journalisten heeft. Het is heel erg disruptief, omdat het over cruciale sectoren gaat: mobiliteit, veiligheid en media.

Als Wile E. Coyote boven de afgrond doorlopen

Die oude wereld bestaat nog, omdat iedereen dezelfde dingen blijft doen als hij gisteren deed. Dus dat loopt nog wel even door, net als als Wile E. Coyote in Road Runner blijft doorlopen boven de afgrond.

De grond onder onze voeten is eigenlijk al weg. Het systeem draait puur nog op het automatisme. Wat doe je als de economie niet groeit? Dan verlaag je de rente. En dat doen ze nu, maar de economie groeit nog steeds niet.

Het gaspedaal van de economie zit ongeveer door de carrosserie en ze blijven de oplossingen gebruiken die ze vroeger gebruikten. Maar die werken allemaal niet meer.

Hetzelfde met de stakingsacties van vakbonden, maar vandaag lukt het hen niet meer om hun gelijk te krijgen. Omdat de overheid zelf ook maar gewoon één van de poppetjes is. Ze zit in een heel moeilijke positie, omdat ze in de ogen van veel mensen nog steeds de puppetmaster is, maar zelf kunnen ze heel weinig meer doen. Ze zijn natuurlijk ook niet zo gretig om dat toe te geven, want dan zeggen ze eigenlijk: ‘sorry mensen, wij zijn niet meer jullie leiders’.

Terwijl ze eigenlijk wel weten dat dat zo is, blijven ze doen alsof ze die macht wel nog hebben. Omdat veel structuren en de mensen in onze samenleving nog belang hebben bij het doen alsof we nog grond onder de voeten hebben. Anders zijn ze zelf ook niet meer relevant en hebben ze geen bestaansreden meer en verdwijn je net als de fotografen gewoon in het niets.

We staan nog maar aan het begin en heel veel mensen zijn hier zelfs nog niet van op de hoogte. Het is ook nog niet zo zichtbaar: heel veel dingen gaan nog zoals ze vroeger gingen. Het is dus nog perfect mogelijk om je er totaal niks van aan te trekken. Maar hoe lang nog?

Ik denk dat veel mensen zouden schrikken als ze zouden weten hoe weinig macht de mensen nog hebben, waarvan we denken dat ze de macht hebben. Het valt me altijd op in gesprekken met hooggeplaatsten, ze spelen hun rol, omdat het ook van hen wordt verwacht hun macht te projecteren, maar ze hebben die macht eigenlijk allang niet meer.

De economie en de maatschappij kantelt

De reden waarom de spelregels veranderen is technologiegedreven. Dat is altijd al zo geweest: vroeger waren het de treinen, nu is het internet. Maar dat is maar gewoon een nieuwe technologie, een incrementele verandering.

Veel belangrijker om de hele shift van de economie en de maatschappij die kantelt te begrijpen, zijn volgens mij de shifts in de organisatiemodellen. Revolutionaire veranderingen vinden plaats als de spelregels zelf veranderen en dat is het gevolg van digitalisering.

foto: Wall Street (bron: shutterstock.com)

Digitalisering maakt het mogelijk om heel snel met elkaar te communiceren tegen virtueel geen enkele kost, maar ook organisatiemodellen in gang te zetten die een platform zijn.

Een platform was tot voor kort heel moeilijk te onderhouden. Er waren heel veel transactiekosten mee gemoeid. Er was geen centraal punt.

Stel je voor dat je een soort Wikipediameetings hebt waarop al die mensen op een centraal punt samenkomen. Een grote Wikipedia Convention waar iedereen dan vijf dagen lang aan die encyclopedie gaat werken. Dat doe je niet. Dan kun je net zo goed met de middelen die je daarvoor nodig hebt per thema een paar universiteitsprofessoren aanspreken en vragen iets te schrijven vanuit hun expertise.

Superioriteit van een platform als organisatiecultuur

Vandaag is het radicaal anders. Digitalisering zorgt ervoor dat de kost om zo’n platform op te richten gigantisch veel kleiner is. Daardoor kan de kracht van die platformen eindelijk naar boven komen.

De voornaamste reden waarom een platform als organisatiestructuur superieur is boven een hiërarchie is netwerkexternaliteiten: de waarde van het platform stijgt met het aantal gebruikers ervan.

Omdat die gebruikers ook zelf een stuk bijdragen aan het platform. Omdat er geen onderscheid meer is tussen producenten en consumenten. Er zijn enkel gebruikers en die gebruikers leveren zowel een dienst als dat ze die dienst gebruiken. Dus de waarde van Wikipedia vergroot naarmate er meer mensen op Wikipedia zitten.

Hetzelfde met Uber. Hoe meer mensen Uber gebruiken, hoe meer chauffeurs er komen. En hoe meer chauffeurs er zijn, hoe meer mensen Uber gebruiken. En die groei is exponentieel. Hoe meer mensen Uber gebruiken, hoe groter de kans dat nog veel meer mensen Uber zullen gebruiken, waardoor nog veel meer mensen Uber zullen gebruiken. Daardoor kan Uber niet enkel een volledige markt inpalmen maar die ook met een multiplicaat vergroten. In San Francisco is de taxisector na de komst van Uber verdriedubbeld.

De reden waarom ze dat kunnen doen, is door het netwerk. Omdat er meer rijders zijn, is er meer concurrentie en zijn de prijzen lager. Maar omdat er ook meer klanten zijn, kunnen die chauffeurs evenveel verdienen per uur, omdat ze gewoon veel minder lang moeten staan wachten.

We zijn horigen geworden van grootgrondbezitters als Google en Facebook

Het loon van zo’n Uber-chauffeur is dan misschien minder, maar de toegankelijkheid is groter, wat dan ook weer een sociaal voordeel is. Hoe je dat dan tegen elkaar moet afwegen, weet ik ook niet, maar het verandert wel de setting, spelregels en sociale verhouding van zo'n Uber-chauffeur tegenover Uber.

Een Uberchauffeur is eerder een horige tegenover een grootgrondbezitter, dan een werknemer tegenover een werkgever.

Ik zeg niet dat dat positief is. We moeten ons daar diepe vragen bij stellen, maar het begint allemaal met te proberen verstaan wat er aan de hand is: we zijn horigen geworden van grootgrondbezitters als Google en Facebook. En dan is het de vraag hoe we daar mee omgaan en wat de afdwingbaarheid is van bepaalde eisen.

We kunnen wel onze privacy opeisen, maar als Facebook zegt: ‘daar heb ik nu even geen zin in, kom volgend jaar nog maar eens terug’. Wat ga je dan doen? Een nieuw platform maken. Ze hebben een gigantische marktmacht, omdat iedereen al op dat ene platform zit en omdat het platform ondertussen geïntegreerd is met heel veel andere systemen is het sterk verankerd.

Dat is gewoon macht, en of we dat nu willen of niet, die macht ligt de macht nu al bij eigenaars van die platformen. Dat is wat er aan de hand is en dat creëert heel nieuwe uitdagingen en heel veel nieuwe vragen.

Het is gewoon een andere wereld. Organisatie is macht en platformen zijn de dominante structuren. Verticale hiërarchieën zijn allemaal aan het verdwijnen, onze regering en politieke partijen inclusief. Veel bedrijven beginnen al veel meer eigenschappen te vertonen van adaptieve netwerken dan verticale hiërarchieen.

Ik snap dat mensen zich zorgen maken, maar wat me stoort aan het debat is dat veel mensen op dit moment aan het moraliseren zijn: we moeten Facebook verantwoording doen afleggen.

foto: Mark Zuckerberg (bron: shutterstock.com)

Maar we missen de hefbomen die we vroeger hadden om dat soort morele oordelen af te dwingen. Je kunt niet zomaar naar Mark Zuckerberg gaan en zeggen: ‘luister eens hier, ik ben de eerste minister van België en jij gaat nu even dat en dat doen’. Dan zegt hij: ‘ik denk het niet’.

Ik vrees dat het arsenaal van een natiestaat niets zal vermogen tegenover de nieuwe kracht van het netwerk en dat die overheid dus ook zelf een netwerk zal moeten worden. Alles wat je wilt behouden, zul je moeten heruitvinden in termen van het netwerk.

Daarom ben ik ook militant tegenover de vakbonden, omdat zij heel hard willen vasthouden aan hun hiërarchie, hun manier van de arbeidsmarkt zien, die heel statisch en heel afhankelijk is van die verticale hiërarchie, van controleren en het monopoliseren van arbeid.

Wat ik zie, is dat die arbeidsmarkt heel snel aan het veranderen is en dat binnen enkele jaren, en voor veel jongeren is dat nu al realiteit, niemand meer in een klassieke arbeidsmarkt werkt. Dan zal alles waar de vakbonden voor hebben gevochten verdampt zijn.

Terwijl vakbonden nu nog de macht en structuur hebben om een netwerk te vormen. Jammer genoeg doen ze op dit moment juist het omgekeerde en gebruiken ze de macht die ze hebben om weerstand te bieden tegen die aanpassingen.

Het is precies of ze die stap niet durven zetten. Heel hun structuur, de manier waarop ze gebouwd zijn, de manier waarop mensen opgeleid zijn, de kennis en de kwaliteiten waarop ze zijn geselecteerd ... heel die verticale hiërarchie is heel eendimensionaal geoptimaliseerd om één ding heel goed te doen. Sociale strijd voeren in het geval van de vakbonden, of het land besturen in het geval van een politieke partij.

Maar dat wil ook zeggen dat als hetgeen dat je doet niet meer hoeft, dan staat heel je piramide verkeerd opgesteld. Ze kunnen niet bewegen. Maar ondertussen begint de stroom zich langs je te bewegen en ben je niet meer relevant. Je staat erbij en je kijkt ernaar.

Dat geldt ook voor de banken, in plaats van met wat er nog rest van hun macht zich aan te passen, stellen ze gewoon de executie uit. Ze hebben de rente bijna nul gemaakt zodat de gevolgen ervan niet moeten indringen en de feedbackloop hebben ze uitgezet waardoor we het slechte nieuws niet meer horen. Maar die komt nog dubbel zo hard terug.

Laat ik afsluiten met een citaat van Seneca: ‘Als je je door je lot niet laat leiden, zul je er door worden meegesleept’. Ik vrees dat we binnenkort zullen worden meegesleept door de geschiedenis.