Mag u als webshop nu wel of niet solderen in december?

Bart Van den Brande
Door Bart Van den Brande E-commerce
Mag u als webshop nu wel of niet solderen in december?

Vorig donderdag is officieel de sperperiode voorafgaand aan de wintersolden van start gegaan.  Van 6 december tot 3 januari mogen verkopers van kleding, schoenen en lederwaren geen kortingen afficheren of aanbieden op hun producten. Hoe zit het nu precies met de sperperiode in België na het Cassatiearrest van afgelopen maand?

De verwarring over de wettelijkheid van die sperperiode is echter nog nooit zo groot geweest als vandaag nadat nu ook het Hof van Cassatie vorige maand zijn duit in het zakje deed.

We proberen vandaag alles nog eens op een rijtje te zetten voor u als online ondernemer, want de sperperiode geldt in principe natuurlijk ook voor wie online kleding verkoopt.  Het hoeft daarom overigens niet te verbazen dat de Belgische e-commerce sector de sperperiode als een last beschouwd.  Geen enkel van de ons omringende landen kent immers een sperperiode voorafgaande aan de solden en gedurende twee maanden per jaar moeten Belgische webshops dus een aanzienlijk concurrentienadeel ondergaan ten opzichte van hun concurrenten in het buitenland.

In de klassieke kleinhandel ligt het verhaal omgekeerd.  Daar vindt men grote voorstanders van de sperperiode omdat kleinere kledingwinkels ervan uit gaan dat het verbod om kortingen te hanteren in de maand voorafgaand aan de solden hen beschermt tegen de grotere en meer kapitaalkrachtige kledingketens.

Maar waar komt die sperperiode nu vandaan?

De meeste regels en regeltjes die ervoor moeten zorgen dat u en ik als we in een winkel of online iets kopen beschermd worden tegen mogelijke misbruiken door de verkoper werd in België sinds 1991 door de Wet Handelspraktijken geregeld.  In die wet zaten een aantal absoluut verboden handelspraktijken: verkoop met verlies, koppelverkoop, … en dus ook verkoop met korting tijdens de sperperiode.  De reden voor het invoeren van een sperperiode is altijd dubbel geweest: de bescherming van de consument enerzijds en de bescherming van de concurrentiepositie van kleinhandelaars anderzijds. 

Wat is er veranderd sinds 1991?

In 2005 echter besliste de Europese Unie dat de consumentenbescherming in gans Europa zoveel mogelijk gelijkgetrokken moest worden.  De EU vaardigde daarvoor een nieuwe richtlijn uit, die in België omgezet werd in de Wet Marktpraktijken van 2010.  Het grote verschil met de oude handelspraktijkenwet, is dat Europa gevraagd heeft om geen enkele verkooptechniek sowieso te verbieden.  Alle verkooptechnieken (behalve een beperkte "zwarte lijst", waarop bvb piramideverkoop staat) moeten in se toegelaten zijn en enkel in individuele gevallen kunnen ze verboden worden als blijkt dat ze de consument misleiden of een oneerlijke of agressieve praktijk uitmaken.  Op die manier is bijvoorbeeld het verbod op koppelverkoop gesneuveld bij het tot stand komen van de Wet Marktpraktijken.  Koppelverkoop mag nu wel, tenzij de consument misleidt wordt of oneerlijk behandeld wordt. 

Dankzij sterk lobbywerk van de kleinhandelsfederaties zijn echter in de Belgische wet tóch een aantal praktijken in hun geheel verboden gebleven. O.m. verkoop met verlies en verkoop met korting tijdens de sperperiode staan nog steeds in de Wet Marktpraktijken, ondanks het feit dat Europa dit precies wilde vermijden.

Is de sperperiode dan "illegaal"?

Wel, sinds het invoeren van de Wet Marktpraktijken heeft zich een niet aflatende discussie op alle mogelijke vlakken ontsponnen tussen voor- en tegenstanders van de sperperiode, waarbij het er steeds meer naar uitziet dat de tegenstanders hun slag zullen thuishalen.

Basis van alle discussie is de vaststelling dat de Wet Marktpraktijken de omzetting is van de Europese richtlijn en dat die richtlijn de consument wil beschermen en daarbij niet aanvaardt dat bepaalde verkooptechnieken in hun geheel verboden worden.  Verkoop met verlies bijvoorbeeld kan in de filosofie van Europa wel degelijk in het voordeel van de consument zijn.

Zo'n algemene verboden zitten wél nog in onze Wet Marktpraktijken en dat ondanks het feit dat de Raad van State vooraf al waarschuwde dat dat niet kon.  De Europese Commissie heeft België trouwens in 2011 al een formele waarschuwing gestuurd om erop te wijzen dat zo'n algemene verboden niet mogen opgenomen zijn in een wetgeving die de consument wil beschermen.  De Commissie sprak expliciet over verkoop met verlies, aankondiging van prijsverminderingen en … de sperperiode.

Dat Europa de sperperiode weg wil, blijkt bovendien uit het standpunt van het Europees Hof van Justitie.  Het verhaal van kledingketen ZEB, die zich al vanaf de start niets aantrekt van de sperperiodes, is genoegzaam bekend.  De klachten rond ZEB zijn uiteindelijk tot bij het Europees Hof van justitie gekomen en dat Hof inmiddels precies hetzelfde gezegd als de Commissie: in een wetgeving die (geheel of gedeeltelijk) beoogt de consument te beschermen, is een algemeen verbod om kortingen aan te bieden tijdens de solden niet op zijn plaats.  ZEB kreeg vervolgens van de rechtbank van koophandel in Dendermonde gelijk en mocht kortingen adverteren tijdens de sperperiode.

Wat is het belang van het arrest van het Hof van Cassatie van vorige maand?

De uitspraak van het Hof van Cassatie die iedereen in de pers heeft kunnen lezen afgelopen maand heeft wel degelijk zijn belang.  Ter memorie: Het Hof heeft in een goed gemotiveerd arrest komaf gemaakt met de sperperiode zoals deze bestond onder de oude Wet Handelspraktijken (maar deed geen uitspraak over de nieuwe regeling onder de Wet marktpraktijken).  Het Hof van Cassatie bevestigt hiermee precies wat eerder ook al de Raad van State, de Europese Commissie, het Europees Hof van Justitie, de rechtbank van koophandel in Dendermonde en zowat elke econoom en jurist hadden vastgesteld: de sperperiode is in strijd met het Europese recht.

Zowel de overheid als de kleinhandelsfederaties waren afgelopen maand nochtans zeer snel om het belang van dit Cassatiearrest te minimaliseren.  Ze hebben hiervoor twee argumenten.  De oorzaak hiervoor is vooral de vrees dat het einde van de sperperiode een prijzenslag met de grote ketens zou ontketenen.

Het eerste is dat de uitspraak van het Hof van Cassatie niet definitief is.  Dat is correct.  De zaak wordt nu opnieuw behandeld door het Hof van Beroep in Antwerpen en het is afwachten of dit de stelling van het Hof van Cassatie zal volgen.  Maar aangezien de uitspraak van het Hof van Cassatie gebaseerd is op de stelling van het Europees Hof van Justitie en erg goed onderbouwd is, is de kans erg klein dat het Antwerpse Hof van Beroep nog anders zal oordelen.

Het tweede argument is dat het Hof van Cassatie enkel uitspraak doet over de oude Wet Handelspraktijken en niet over de nieuwe Wet Marktpraktijken.  Opnieuw is dit op zich correct.  Alleen vergeet men erbij te zeggen dat de tekst in verband met de sperperiode in beide wetten identiek is (behalve de termijnen, die korter geworden zijn) en dat de ganse Wet Marktpraktijken door iedereen gezien wordt als een natuurlijke verderzetting van de Wet Handelspraktijken.  Alle oude rechtspraak en rechtsleer heeft bijvoorbeeld zijn waarde behouden, ook al is de wet veranderd.  De kans is dan ook bijzonder groot, om niet te zeggen zeker, dat eenzelfde zaak voor het Hof van Cassatie over de nieuwe Wet Marktpraktijken tot eenzelfde beslissing zal leiden.

Wat betekent dit samengevat voor mij als (online) ondernemer?

Officieel bestaat de sperperiode nog steeds.  De FOD Economie heeft aangekondigd strenge controles te gaan doorvoeren en zowel de minister als de kleinhandelsfederaties blijven achter de sperperiode staan. 

Dat neemt echter niet weg dat de Europese Unie, die aan de basis ligt van de Wet Marktpaktijken, van oordeel is dat de sperperiode moet verdwijnen.

Het gevolg hiervan is dat iedereen die beslist om toch solden aan te bieden tijdens de sperperiode een meer dan reële kans maakt om zijn gelijk te halen voor de rechter, net als ZEB in het verleden.

Wie lederwaren, kleding of schoenen verkoopt, ook online moet dus voor zichzelf uitmaken of hij hetzelfde juridische gevecht wil aangaan als ZEB, in de wetenschap dat de kans groot is om er als winnaar uit te komen.  Wie andere goederen verkoopt kan sowieso met een gerust hart solden aanprijzen.

En verkopen met verlies tijdens de solden of tijdens de sperperiode?  Wel, in principe zouden dezelfde principes moeten gelden voor verkopen met verlies.  ook hier geldt dus dat de eerste onderneming die het aandurft om de regelgeving naast zich neer te leggen wellicht zijn slag thuishaalt...

Verdwijnt de sperperiode uiteindelijk?

Het ziet ernaar uit van wel.  De sperperiode is al twee jaar lang de kroniek van een aangekondigde dood.  De laatste stuiptrekking zou kunnen zijn dat de overheid beslist om retroactief als bestaansreden voor de sperperiode enkel de bescherming van de concurrentie te weerhouden, waardoor ze niet langer in het vaarwater van de Europese consumentenbescherming komt.  Zo'n aanpassing zou echter kunstmatig zijn en het valt te verwachten dat Europa dit niet zal aanvaarden.  Op zijn best zal dit de sperperiode officieel nog een tijdje langer uitstel geven en zal het de grijze zone waarin we nu verkeren nog wat langer doen bestaan.

-- --
Vond je dit artikel waardevol? 
Deel het dan hieronder via Twitter, Facebook of Linkedin.
Volg je @bloovi al op Twitter?  #bloovi