Is de interface hét concurrentievoordeel anno 2015?

Is de interface hét concurrentievoordeel anno 2015?
Volg Bloovi ook op Twitter!

vrijdag 17 april 2015

AirBnB en Alibaba hebben één ding gemeen: het zijn miljardenbedrijven die totaal geen assets op hun balans hebben. Dat gaat tegen alle natuur van bedrijfsvoering in. Want assets zijn nodig om waarde en dus winst te genereren. Hun concurrentievoordeel zit in hun gebruiksgemak van de tool.

In het industriële tijdperk deden we dat door met machines van grondstoffen eindproducten te maken. Machines en patenten waren de assets. Maar die zijn bij bedrijven als Uber en AirBnB amper aanwezig. Zij leven van een totaal andere, nieuwe asset.

Nieuw: de interface als asset

Een asset waarvan 10 jaar geleden niemand had gedacht dat hij ooit zoveel strategische waarde zou kunnen leveren, maar die nu geldt als het grootste goed voor vele technologische bedrijven. Deze asset heet de interface. En met deze asset staat een nieuw soort bedrijven op: Interface Layer-bedrijven.

Het internet & een nieuw soort producten

Sinds de industriële revolutie heeft de wereld ongelofelijk ingewikkelde toeleveringsketens voortgebracht: van designers tot importeurs en van groothandels tot retailers. Dit maakte het mogelijk om producten in alle uithoeken van de wereld te verkopen en gebruiken. Na honderd jaar van produceren, leven we in een tijdperk waar voor vrijwel elk probleem een oplossing in de vorm van een product voorhanden is.

Fast forward naar het internettijdperk. Waarin de fysieke component van producten steeds minder belangrijk is, en producten steeds meer technologiegerelateerd zijn. Zo zijn er miljoenen applicaties te vinden die allemaal een oplossing bieden voor een bepaald probleem. Van de weersverwachting van morgen tot het snel vinden van een hotelkamer, er is een applicatie voor. De producten van vandaag zijn stukjes software die puntoplossingen bieden voor hedendaagse problemen. Deze markt van applicaties is aan het verzadigen. Voor elk probleem is wel een oplossing in de vorm van een applicatie voorhanden.

De markt van applicaties is aan het verzadigen. Voor elk probleem is wel een oplossing in de vorm van een applicatie voorhanden.

De interface als centrale plek voor een ‘systeemervaring’

Nu is er echter een nieuwe generatie bedrijven op komst. Bedrijven die niet zozeer zorgen voor een stukje software dat een bepaald probleem oplost, maar juist gaan voor toegang tot een compleet platform van producten en services. Dit soort bedrijven is niet meer productgericht, maar systeemgericht. En ze leggen als het ware een interface ‘over de afzonderlijke services heen’.

Die interface is het centrale toegangspunt van het systeem, en bepalend voor het complete pakket services dat het bedrijf via één unieke beleving biedt. Een systeem waarbij API´s van allerlei platforms op de achtergrond werken, maar onzichtbaar zijn voor de gebruiker.

Er is een nieuwe generatie bedrijven op komst. Bedrijven die geen stukje software leveren dat één probleem oplost, maar een compleet platform van producten en services.

Een aantal voorbeelden

ManagedByQ biedt bijvoorbeeld een interface waarmee je je hele kantoor kunt managen. Van kantoorbenodigdheden tot de verzekering die je nodig hebt voor je spullen. En zo is Toon van Eneco een Nederlands voorbeeld van een interface voor het systeem van energiebeheer voor je huishouden. En geeft Metromile je niet alleen de interface voor je autoverzekering, maar voor alles wat met ‘veilig autorijden’ te maken heeft. En Cubigo biedt tot slot een systeem voor alle gezondheidgerelateerde zaken voor ouderen in België.

Wat maakt deze bedrijven uniek?

Dat interfacebedrijven anders werken dan traditionele bedrijven moge duidelijk zijn. Aangezien de meeste totaal geen assets hebben, moet hun economie wel anders in elkaar zitten. Interessant dus om daar meer van te weten: wellicht dat we er wat van kunnen leren.

De interface is de sleutel naar een systeem, niet zomaar een puntoplossing

Het gaat bij interfacebedrijven om een set van oplossingen die toegang geven tot een bepaalde service. Daarbij staan de afzonderlijke oplossingen in de schaduw van de kracht van het systeem. Zo wordt de interface ‘gezondheid’ opgebouwd uit een complex systeem van oplossingen voor monitoring, toegang tot noodservices, toegang tot artsen en informatie over hoe gezond te zijn.

Een simpele en krachtige gebruikerservaring als concurrentiekracht

Met een beetje creatief denken kun je tot heel wat nieuwe systeemoplossingen komen. Maar er een simpele gebruikerservaring van maken, dat is een heel ander verhaal. Dit soort interfaces is gemaakt voor de massa, niet een kleine groep van specialisten. En wie het meest gebruikersvriendelijk is, wint het spel.

De interface consolideert data

Zonder data geen interfaces. De kracht van interface-bedrijven is dat ze op een overzichtelijke manier data consolideren, om tot een zo persoonlijk mogelijke service te komen. Deze benadering heeft behoorlijk verstrekkende gevolgen. Want een bank is dan niets meer dan een interface naar het systeem van spaar-, beleg- en leenmogelijkheden. En een vliegmaatschappij niets meer dan een interface naar beschikbare vluchten en de mogelijkheid om je bagage in te checken.

En dan wordt de interessante vraag: wat is belangrijker, de interface of de achterliggende producten en services? Als het namelijk de interface is, is het dan erg vreemd om je voor te stellen dat een tech startup in de toekomst een vliegmaatschappij begint? En Amazon een supermarkt? Daar is Amazon met hun Dash Button-project namelijk wel naar toe aan het navigeren.

Het belang van de interface is groter dan de achterliggende software

Dit is een interessant punt. Vroeger maakte bij software-ontwikkeling de ontwikkelaar de dienst uit. Bij de verschuiving naar software die massaal gedreven wordt door interfaces – en die weer gebruikt worden door miljoenen, zo niet miljarden mensen – komt ineens een heel andere discipline als centraal punt naar voren: design. In een omgeving waarbij ‘De Interface’ gelijk staat aan ‘Het Bedrijf’, zal deze discipline in de toekomst onmisbaar worden.

Succes wordt gedefinieerd door ‘onmisbaarheid’

De kracht van interfacelayer-bedrijven is de voortdurende beschikbaarheid van de services, 24/7. Een interface gaat niet even met vakantie en heeft ook geen koffiepauze. Maar het gaat nog verder: een interface moet dynamisch en up-to-date zijn, anders zal hij snel relevantie verliezen. Je kunt als bedrijf niet verwachten van mensen dat ze jouw interface gebruiken, als die geen toegevoegde waarde levert.

En dat is lastig, want traditionele bedrijven zijn bezig met de verkoop van een product, níet het 24/7 onmisbaar zijn. Daarvoor moet je waarde creëren, elke dag, ook buiten kantooruren. Dus als je van je interface leeft, is het is niet genoeg om een verzekering te bieden: deze zal op elk moment aanpasbaar moeten zijn, proactief informatie moeten bieden over veiligheid in de zone, en zich moeten aanpassen aan de persoonlijke situatie van je klant. Metromile is op dit moment een van de betere interface-bedrijven in de verzekeringsbranche.

Geld zit in de interface en designers worden onmisbaar

De interface is niet zomaar een bijproduct. Wie de interface heeft, heeft de klanten, en daarmee de marge. Design wordt hiermee een prioriteit voor bedrijven, niet alleen in technologie. Recentelijke a-typische overnames onderstrepen dit verhaal alleen maar. De bank Capital One kocht design- en usabilityfirma Adaptive Path, de bank BBVA kocht Simple en Google kocht Gecko Design. Dit is de regel voor de toekomst: alle beslissingen worden gemaakt in de interface. Hoe ziet jouw interface eruit?

 

Bron foto: Shutterstock

Tags: , .



Over Joost Van de Velde


Joost Van de Velde

Founder van ktc, boutique bureau voor digitale transformatie. Nieuwe digitale bedrijfsconcepten en design geörienteerde digitale producten. Generalist met speciale interesse in automotive, pharma en verzekeringsindustrie.

Volg mij


Bekijk volledig profiel