"Als Apple en Google morgen een leger dokters aanwerven, zit de farma met een groot probleem. Want die techreuzen hebben wél de data om ons te helpen genezen"

De toekomst van de geneeskunde zal preventief én gepersonaliseerd zijn, of zal niet zijn. Koen Kas, gezondheidsfuturoloog, ondernemer en professor moleculaire oncologie aan UGent, ziet daarbij een doorslaggevende rol weggelegd voor nieuwe digitale technologie. “Dat is de nieuwe deal waar nieuwe technologie ons finaal toe zal brengen: de consument levert echte data en informatie aan bedrijven en allerlei medische dienstverleners, en in ruil kunnen die steeds meer gaan focussen op een preventieve aanpak. Bij dat model hebben we dus allemaal veel te winnen.

Houdbaarheid van het klassieke model

Toegegeven, het klinkt als een wat overtrokken statement maar voor Koen Kas lijdt het geen twijfel dat de hele gezondheidssector zich de komende jaren min of meer zal moeten heruitvinden. Kas is zelf biomedicus van opleiding, doceert moleculaire oncologie aan de Universiteit van Gent en doorzwom daarna nog tal van watertjes in de traditionele gezondheidszorg. Vooral zijn passages bij een aantal bijzonder innovatieve biotech-bedrijven openden hem de ogen. “Zowel bij Tibotec (een Belgisch bedrijf dat pionierde met HIV-medicatie en vervolgens werd opgekocht door Johnson & Johnson, nvdr.) als bij Galapago stelde ik vast dat de traditionele farmaceutische sector er niet of nog amper in slaagt om echt maatwerk te leveren. Ironisch genoeg is het dus net mijn klassieke achtergrond die me almaar meer deed twijfelen over de houdbaarheid van het klassieke model in de gezondheidszorg”, zegt hij.

Ironisch genoeg is het net mijn klassieke achtergrond die me almaar meer deed twijfelen over de houdbaarheid van het klassieke model in de gezondheidszorg

“Koppel dat aan de vaststelling dat nieuwe medicatie steeds duurder en vaak zelfs ronduit onbetaalbaar wordt, en je beseft dat we op relatief korte termijn op een reuzegroot probleem afstevenen.”

Businessmodel gestoeld op preventie

De farmasector is gebouwd op een businessmodel dat al tientallen jaren zijn rendabiliteit bewijst. “Net hierdoor is het zo lastig om in die sector aan de boom te schudden”, zegt professor Kas. “Het blijft vooralsnog wachten op een even rendabel businessmodel dat niet curatief werkt, maar volledig gestoeld is op preventie. En op artsen die hun patiënten zo goed kennen en opvolgen dat ze, dankzij die kennis en dankzij allerlei indicaties die nieuwe technologie hen kan aanleveren, net kunnen vermijden dat die patiënt effectief ziek wordt. Het sterftecijfer is de voorbije decennia in het Westen spectaculair gedaald, onder meer dankzij de doeltreffendheid van een aantal vaccins.”

“Stel nu dat je die lijn kan doortrekken, en ook preventief optreden tegen chronische aandoeningen zoals kanker of hart- en vaatziektes die vandaag veruit de grootste doodsoorzaak zijn. De impact daarvan zou enorm zijn, maar tot vandaag krijgt pakweg de farmasector geen enkele trigger in die richting. Curatieve medicijnen die op de markt komen, worden immers automatisch ook terugbetaald. En dus blijft de kassa rinkelen.”

Echte data uit de echte wereld

Toch heeft dit model stilaan zijn grenzen bereikt, maakt Koen Kas zich sterk. “Heel wat medicatie werkt niet voldoende doeltreffend, of slaat maar aan bij een beperkt aantal patiënten. Dat heeft onder meer te maken met het feit dat die medicatie is ontwikkeld op basis van klinische studies in ziekenhuisomgevingen. Ze is vaak te weinig gebaseerd op echte data uit de echte wereld.

“In niet-ideale omstandigheden blijkt medicatie vaak lang niet zo doeltreffend. En stilaan beginnen meer en meer actoren uit de brede gezondheidszorg te beseffen dat de beschikbaarheid van echte data de kwaliteit en doeltreffendheid van nieuwe medicijnen sterk zou kunnen verhogen.”

“Laat me dat illustreren met een voorbeeld: als een diabetespatiënt vandaag medicatie voorgeschreven krijgt, dan is die erop gericht om bepaalde biologische processen in het lichaam bij te sturen. Sinds kort weten we evenwel dat die patiënt een spectaculair beter resultaat boekt met datzelfde medicijn als hij tegelijk ook dagelijks enkele duizenden stappen zet. Zoiets ontdek je niet in een artificiële testomgeving, maar wordt pas duidelijk als je ook rekening houdt met echte data.

Opmars van wearables

Hier komen we volgens Koen Kas bij de kern van de zaak. “De enorme opmars van allerlei wearables zorgt er nu voor dat iedereen – ook mensen die vandaag nog perfect gezond zijn – 24 uur/dag gemonitord en opgevolgd kan worden. De wijze waarop je stapt, de wijze waarop je je klinkers uitspreekt, de variabiliteit van de hartslag, noem maar op: het zijn stuk voor stuk indicaties die je arts kunnen alarmeren dat er zich op termijn mogelijk een bepaald medisch probleem aandient. De wijze waarop iemand stapt, is bijvoorbeeld een perfecte graadmeter voor artrose. Een onregelmatige hartslag kan een aantal aankomende cardiovasculaire aandoeningen voorspellen. Er bestaat vandaag overigens al een app die dat meet, en die een arts dus kan toelaten tijdig in te grijpen. Die app wordt sinds kort overigens ook terugbetaald door de ziekteverzekering.”

Het probleem is natuurlijk dat nog maar heel weinig van de wearables die vandaag op de markt zijn ook echt medisch gekeurd zijn. “Dat klopt,” bevestigt Kas, “maar wat wél gekeurd is, is ook bijzonder betrouwbaar. Het laat ons toe om, in plaats van eenmaal per jaar bij de huisarts langs te gaan en daar een check-up te doen, zich 365 dagen per jaar te laten opvolgen en veel vroeger aan de alarmbel te trekken.”

Disruptief

Volgens Kas kan de razendsnelle doorbraak van digitale technologie op korte termijn ook bijzonder disruptief worden voor ons hele traditionele gezondheidssysteem. “Tot vandaag was er nooit een direct contact tussen de farmasector enerzijds en de eindgebruiker - de patiënt dus - anderzijds. Vandaag duiken er evenwel almaar meer digitale spelers op die dat model radicaal doorbreken.”

“Neem nu Apple, dat sinds kort in staat is om mijn volledig medisch profiel te stockeren. Stel dat die technologiegigant morgen tienduizend dokters aanwerft, dan zit de farma met een huizenhoog probleem. Want dan duikt er plots een andere speler op, die wél rechtstreeks geconnecteerd is met de consumentenmarkt en die tegelijk ook toegang heeft tot een gigantische hoeveelheid real data. Net die data waar de klassieke farmabedrijven almaar meer nood aan hebben om hun producten doeltreffender te maken en er zo ook voor te zorgen dat ze op termijn nog terugbetaald zullen worden.”

Preventie - en dus ook preventieve medicatie - werkt enkel als je over voldoende data beschikt

Het is heus geen toeval dat de eerste grote farmareuzen nu een contract hebben afgesloten met Google om patiënten een soort van digitaal dashboard aan te bieden, waarop ze bijvoorbeeld hun levensstijl in kaart kunnen brengen. Tegelijk zien we in de Verenigde Staten ook hoe grote patiëntenorganisaties - die uiteraard zelf over gigantisch veel patiëntendata beschikken - dat nu ook beginnen in te zien. Een van hen heeft nu onlangs beslist om zelf een labo op te richten om onderzoek te doen naar medicijnen. Vanuit het idee dat preventie - en dus ook preventieve medicatie - enkel werkt als je over voldoende data beschikt.”

Gevoelige informatie

In het model dat Koen Kas bepleit, zal de volledige gezondheidssector in de toekomst veel meer in co-creatie moeten gaan met de patiënten. Authentieke data zijn daarin cruciaal. Hij ziet dan ook wel brood in een model waarin bijvoorbeeld farmabedrijven een deel van hun IP ter beschikking stellen, in ruil voor de toegang tot massaal veel patiëntengegevens.

Ik heb nog nooit één patiënt gehad die weigert persoonlijke data te delen als hij weet dat dit zijn gezondheid ten goede kan komen

“Dan volgt uiteraard meteen de vraag: hoeveel mensen zullen bereid zijn dit soort gevoelige informatie te delen? Wel, ik kan je garanderen, vanuit mijn eigen praktijkervaring: ik heb nog nooit één patiënt gehad die weigert persoonlijke data te delen als hij weet dat dit zijn gezondheid ten goede kan komen. En vergis je niet: op termijn is de impact daarvan behoorlijk verregaand.

“Anno 2018 zullen de meeste mensen er maar weinig voor voelen om gezondheidsdata te delen met hun verzekeraar, uit angst om uit de boot te vallen omwille van bepaalde aandoeningen. Maar wat als binnenkort iedereen zijn volledig biologisch profiel kent? Haast iedereen heeft wel ergens een bepaalde medische afwijking, aandoening of erfelijk risico: verzekeringsmaatschappijen die op basis daarvan zouden weigeren om bepaalde mensen te verzekeren, prijzen zichzelf op langere termijn uit de markt.”

“Omgekeerd zal een verzekeraar misschien bereid zijn je een goedkoper tarief voor te schotelen als jij, op basis van je data en je levensstijl, net kan aantonen dat je bepaalde gezondheidsrisico’s fors hebt teruggeschroefd. Dat is de nieuwe deal waar nieuwe technologie ons finaal toe zal brengen: de consument levert echte data en informatie aan bedrijven en allerlei medische dienstverleners, en in ruil kunnen die steeds meer gaan focussen op een preventieve aanpak. Bij dat model hebben we dus allemaal veel te winnen. In mijn nieuwste boek ‘Your Guide to Delight’ beschrijf ik dat in detail met de introductie van onze persoonlijke Digital Twin.”

nieuwsbrief

Vink jouw gewenste nieuwsbrief aan en ontvang de sterkste Bloovi artikels.

Connecteer met 82.271 abonnees