Hoe kunnen we de financiële kloof in het Belgische start-up ecosysteem dichten?

Hoe kunnen we de financiële kloof in het Belgische start-up ecosysteem dichten?

Het gaat goed met het Belgische start-up ecosysteem, maar het aantal scale-ups blijft al bij al beperkt. Ik belicht graag het nijpend tekort aan groeikapitaal als voornaamste oorzaak, en geef je enkele aanbevelingen die het probleem kunnen indijken.

We weten dat start-ups hyperschaalbaar zijn (klein team maar grote marktimpact), en dat ze dus niet voor het leeuwendeel van de jobcreatie zullen zorgen. Maar omdat technologie de fundamentele drijfveer is voor groei in de industriële wereld spelen start-ups, en met name scale-ups, toch een economische hoofdrol. Ze hebben een disproportionele positieve impact op de economie.Anders gezegd, wat er in technologie gebeurt is bepalend voor de rest van de economie.

België en haar startup probleem

Kijken we naar het aantal start-ups, dan vallen we niet uit de toon en kunnen we ons mannetje staan zelfs tegenover de grote jongens Londen, Parijs en Berlijn. Het probleem ligt dus niet op start-up vlak maar wel in het aantal en de omvang van de Belgische scale-ups. Het nijpend tekort aan groeikapitaal is de hoofdverklaring voor de zwakste schakel in het Belgische start-up ecosysteem.

België barst van de creativiteit en talent. Als we maximaal willen profiteren van deze pool van innovatie, moeten we ervoor zorgen dat we een omgeving creëren om bedrijven te ondersteunen tijdens de kritieke fase van opschaling. En daar hoort een vlotte toegang tot risicofinanciering en groeikapitaal bij.

Welke financierinsgmechanismes voor groeikapitaal kun je als scaleup gebruiken?

1. Banken

Anders dan in de Verenigde Staten, waar 70 procent van de bedrijfsfinanciering van de markt komt en 30 procent van de banken, is het in Europa net omgekeerd. In België is het nog extremer, 80 procent loopt via de banken. Het is overduidelijk dat er een belangrijke rol is weggelegd voor onze financiële instellingen in dit verhaal.

Maar: banken moeten wel de nieuwe regels van de digitale economie begrijpen. Je ziet dat de grootbanken die shift momenteel maken, bijvoorbeeld BNP Paribas Fortis met de Innovation Hubs. Banken begrijpen dat innovatie cruciaal is voor het ecosysteem en de economie in het algemeen en beginnen langzaam maar zeker hun deuren te open voor start-ups en scale-ups. Kijk naar de initiatieven van KBC en recenter ING op dit domein.

2. Business angels

België wordt door sommigen plagend het land der engelen genoemd omwille van het groot aantal business angels. Hoewel 'groot in aantal' is hun individuele financiële bandbreedte veelal beperkt.

angels

Business angels spelen vooral een rol in de beginfase van een start-up: veel minder in de groeifase. Dit kan veranderen als de angels samen een syndicaat vormen waardoor ze hun middelen kunnen poolen. Maar dat vereist een verdere professionalisering van het beroep die de individuele kruideniersinvesteerder, die elke euro zelf wikt en weegt, omvormt naar een passievere rol met een actiever kapitaal.

3. Crowdfunding

Er zijn er een 10-tal Belgische crowdfunding-platformen actief, net als enkele buitenlandse spelers. Dat lijkt veel maar het is weinig in vergelijking met de 80 platformen in Nederland. Het beperkt aantal Belgische spelers heeft in elk geval het voordeel dat er minder fragmentatie is.

Overigens is dit laken in de loop van 2015 bijna volledig door de grootbanken naar zich toe getrokken. MyMicroInvestment staat vooral sterk in Franstalig België en KBC Bolero Crowdfunding is heer en meester in Vlaanderen. Naast het partnerschap met MyMicroInvest heeft BNP Paribas Fortis ook via dochterbedrijf Hello Bank! het Hello crowd! platform in de markt gezet. ING België, dat zich sterk profileert als ondernemersbank, kon niet achter blijven en lanceert op dit moment een eigen crowdfunding-platform in samenwerking met het Engelse Seedrs en Franse KissKissBankBank.

Met een slordige € 5 miljoen aan opgehaald kapitaal via crowdfunding van vooral kleinere bedragen is dit nog niet het kanaal voor groeikapitaal. Uitzonderingen zoals Opinum en NeoScores uitgezonderd, waar crowdfunding hand in hand gaat met grote beleggers die intekenen.


venturecapital

4. Venture Capital fonds

In ons land zijn meer dan 20 VC-fondsen actief. Ze variëren in omvang van enkele miljoenen tot tientallen miljoenen euro's. In 2015 waren er meer dan 60 venture capital transacties waarvan 1/3 door buitenlandse spelers.

Kende je de nieuwkomers Volta Ventures en Fortino al? Met elk een slordige € 40 à € 50 miljoen in oorlogskas lijkt een groot deel van het groeikapitaaltekort hiermee opgelost. Maar uiteraard moet dat bedrag over de levenscyclus van het fonds verspreid worden. Bovendien investeren ze niet enkel in België. Concreet: beide fondsen hebben tot nu toe elk in 2 Belgische scale-ups geïnvesteerd. Een wereld van verschil voor die bedrijven maar in de vaart der volkeren een druppel op een hete plaat.

andreesen

Het aantrekken van bedragen boven de € 1 miljoen is niet evident in België. Dat komt vooral door de beperkte omvang van het merendeel van de Belgische fondsen. Grotere fondsen hebben de financiële bandbreedte om ervaren experten met sectorkennis aan te trekken. Het bekende Silicon Valley fonds Andreessen Horowitz, met 4 miljard dollar onder de gordel, heeft een eigen team dat de bedrijven (waarin ze investeren) ondersteunt op alle gebieden: recruitment, marketing, sales, technologie, design...om ze sneller te doen groeien. En omvang en professionaliteit vormen op hun beurt een aantrekkingskracht op institutionele beleggers.

5. Publieke instanties

In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht is de overheid de grootste kapitaalverstrekker. Er is simpelweg geen grotere durfkapitalist in Vlaanderen dan Minister-president Bourgeois, idem dito voor Brussel en Wallonië.

Maar: een grote uitdaging bij publieke instellingen is het gebrek aan heldere communicatie over de verschillende financieringsmogelijkheden. Hun aanpak zou moeten vertrekken vanuit enerzijds het zichtpunt van de ondernemer en anderzijds de fase van de onderneming. Het vergt van de overheid een grotere rol als kennispartner.


nasdaq

6. Beurs

Voor snelgroeiende bedrijven is het interessant om naar de beurs te gaan. Een beursintroductie is een manier om kapitaal samen te brengen. Dat kan het bedrijf gebruiken voor investeringen en groei, terwijl de bijhorende publiciteit ook mooi meegenomen is. De keerzijde zijn de strikte eisen nodig voor een beursintroductie, de kosten, transparantie en het gevaar van een vijandelijke overname. Deze hinderpalen zijn blijkbaar onoverkomelijk voor Belgische scale-ups, ook al is in theorie een notering vanaf enkel miljoenen euro's aan op te halen kapitaal mogelijk.

Neem bijvoorbeeld Nasdaq, het walhalla voor technologiebedrijven. Het Leuvense Materialise noteerde in 2014 op Nasdaq na een beschamende Belgische tech afwezigheid van 17 jaar! Vergelijk dat met Nederland met 10 en Israël met 63 technologiebedrijven die op Nasdaq noteren.

De Brusselse beurs, Euronext, belooft niet veel beterschap. De laatste notering van een technologiebedrijf was in 2006 van het intussen overgenomen Metris. Al bij al staan er niet meer dan een handvol Belgische technologiebedrijven op Euronext genoteerd, 7 om precies te zijn. Het probleem is niet enkel de regulatie. Eerder het vinden van een bank die bereid is om haar reputatie op het spel te zetten door de beursgang van een dikwijls piepjong technologiebedrijf te begeleiden.

7. Kader

Het durfkapitaal in België heeft veel weg van een Bonsai-boompje: veel knip- en plakwerk om het kort te houden, maar niet het woud aan mogelijkheden waar getalenteerde ondernemers recht op hebben. Door het tekort en versnippering van het Belgisch aanbod aan risicokapitaal, gebeuren de grotere kapitaalrondes door buitenlandse investeerders (wat op zich niet erg is)

Voorts heeft ons land een goed opgeleide bevolking: talent en kapitaal zijn er in overvloed. De groeibedrijven die aan het worstelen zijn om kapitaal te vinden verdienen meer dan een applaus vanop de zijlijn. Oftewel moeten hoge groei bedrijven hun groei afremmen, waarbij hun potentieel onbenut blijft, oftewel moeten ze naar het buitenland kijken. Een boer die enkel zaait maar niet oogst zal niet lang blijven boeren.

Die geoliede financieringsomgeving is een sleutelvoorwaarde voor de ontwikkeling van een dynamisch ecosysteem dat haar plaats op de wereldkaart opeist. Dat vereist dat groeibedrijven een volwaardige beleggingscategorie (asset class) in dit land worden. Groot genoeg om het gat te dichten.

 

Connecteer met 81.945 abonnees
Schrijf u in voor onze wekelijkse nieuwsbrief