Is er stilaan te véél ondersteuning voor Belgische start- en scale-ups?

Is er stilaan te véél ondersteuning voor Belgische start- en scale-ups?

Goed nieuws: Belgische start-ups en scale-ups hoeven niet langer het vuur uit hun sloffen te lopen om de broodnodige ondersteuning te krijgen voor hun project. Er staat vandaag een volwassen ecosysteem op poten dat starters adviseert én financiert. Dat was acht jaar geleden wel even anders...

Toen konden beginnende ondernemers alleen terecht bij Bryo, het Voka-netwerk dat nog altijd een belangrijke plaats inneemt in het starterslandschap. En tech start-ups werden toen al helemaal aan hun lot overgelaten. De lancering van imec.istart was dan ook een geschenk uit de hemel. Sindsdien kwam er een spectaculaire inhaalbeweging op gang: nieuwe ondersteuningsprogramma’s volgden elkaar in ijltempo op. Een evolutie die de laatste jaren haar vruchten afwierp: ons land stáát er op ondernemersvlak.

Te veel helpende handen wiegen start-ups in slaap. Terwijl ze eerder nood hebben aan één welgemikt zetje

Maar er is ook een keerzijde van de medaille want tegelijk dreigt die explosie van ondersteuningsprogramma’s te leiden tot oververzadiging. Bestaat er dan zoiets als te véél ondersteuning? Ja. En het zijn vooral de start-ups zelf die daarvan het slachtoffer dreigen te worden. Omdat ze zich door al die helpende handen in slaap laten wiegen. Terwijl ze net nood hebben aan dat ene welgemikte zetje.

Succesverhalen

Start it@KBC, The Birdhouse (Belfius),... Het valt op dat grote (vaak financiële) bedrijven graag hun naam – en gelukkig ook de nodige middelen – verbinden aan ondersteuningsprogramma’s voor start-ups. Ook bij imec.istart zitten er heel wat klinkende namen tussen de meer dan 40 structurele partners.

Omdat het goede public relations is? Zeker en vast, maar ook omdat een goede band met het start-upwereldje een competitief voordeel oplevert. In een disruptief landschap kunnen zelfs gevestigde waarden overkop gaan door de eerstvolgende innovatiegolf. Investeren in een ondersteuningsprogramma is dan een goede manier om de vinger aan de pols te houden van wat er reilt en zeilt. Stouter gezegd: better the devil you know...

In elk geval grijpen beginnende ondernemers die ondersteuningskansen met beide handen. Deze starters zijn trouwens met steeds meer. Uit cijfers van UNIZO blijkt dat 2018 een recordjaar was, met de oprichting van 57.010 nieuwe eenmanszaken en vennootschappen – 9,1% meer dan het jaar voordien.

Misschien lieten zij zich inspireren door hun voorgangers, want de laatste jaren bulkt het van succesverhalen van start-ups die er in slagen om internationaal door te groeien, zoals:

  • DataCamp, een online leerplatform dat onlangs nog 25 miljoen dollar ophaalde via het Amerikaanse durfkapitaalfonds Spectrum Equity.
  • Showpad, een digitaal salesplatform dat na acht jaar kleppers zoals BASF en Coca Cola in zijn klantenbestand heeft.
  • ONTOFORCE, de ‘Google for life science’ die in 2018 werd uitgeroepen tot de Vlaamse scale-up van het jaar.

Het mooiste voorbeeld is natuurlijk Collibra, de specialist in data governance die zich de eerste Belgische unicorn mag noemen.

En dan hebben we het nog niet over het groeiend aantal start-ups die als lekkere brokken vroegtijdig worden opgeslokt door de echt grote jongens. Zo werd Newtec overgenomen door ST Engineering,Graphine door Unity en Intuo door Unit4. Wat overnames betreft, bezet België trouwens een mooie negende plaats in het European Tech Scaleups Report van 2018.

Internationale schijnwerpers

In datzelfde rapport staan we op de zesde plaats wat betreft investeringen – terwijl we tot voor kort niet eens de toptien haalden. En daar is ook heel wat buitenlands geld bij. Dat sluit aan bij wat ik opvang tijdens buitenlandse trips: Belgische start-ups kunnen zich probleemloos meten met die van andere landen.

Dat Belgische start-upsucces mogen we trouwens best wat meer in de internationale schijnwerpers plaatsen. Zodat we nog meer buitenlandse fondsen én start-ups naar hier lokken. En dat is maar een van de uitdagingen waarvoor we staan. We moeten daarnaast ook:

  • de war for talent aangaan – Want voor onze start-ups dreigt stilaan een groter tekort aan brains dan aan bucks.
  • onze toppers helpen om dóór te groeien – Want waarom zouden overnames altijd eenrichtingsverkeer moeten zijn?
  • het risico op een nieuwe financieringskloof vermijden – Want fondsen richten zich almaar meer op series B, waardoor bedrijven met nood aan late seed- of series A-financiering van een kale reis thuis dreigen te komen.

Maar het grootste risico is misschien wel het minst zichtbare: dat ons rijke start-upecosysteem het slachtoffer wordt van zijn eigen succes.

Eeuwige beloftes

Stel, je bent een beloftevolle start-up op zoek naar geld en goede raad. Dan hoef je tegenwoordig niet lang te zoeken. Accelerators, incubators, investeringsfondsen, kmo-groeisubsidies, innovatietrajecten, communities, meetups, ... Kies maar! Of beter: vind door het bos door de bomen maar!

Die keuzestress kun je nog afdoen als een luxeprobleem. Gevaarlijker is het risico dat onze start-ups uiteindelijk géén duidelijke keuzes maken. En dan maar van het ene programma naar het andere rollen. Het is een valkuil waar ik heel wat jonge ondernemers in zie vallen. En ik begrijp ook waarom. Elke selectie voor een programma, fonds of traject is een succeservaring. Het doet goed als je idee erkenning krijgt uit onverwachte hoek.

Uiteindelijk koop je met je selectie – letterlijk – niets. Het enige wat telt, is dat je reële businessresultaten erop vooruit gaan

Maar dan verwar je een aanmoediging met een overwinning. Uiteindelijk koop je met je selectie – letterlijk – niets. Het enige wat telt, is dat je reële businessresultaten erop vooruit gaan. Zoniet dreig je te blijven zitten met het etiket van ‘eeuwige belofte’. En houdt het ondersteuningssysteem jouw onderneming te lang kunstmatig in leven. Terwijl je die tijd had kunnen gebruiken voor een nieuw idee met échte kans op slagen.

Voor een stuk is die overvloed van ondersteuningsprogramma’s een probleem dat zichzelf zal oplossen. Ik zie nu al tekenen van een consolidatiebeweging: programma’s die verdwijnen of de handen in elkaar slaan om te kunnen overleven. Tegelijk kunnen start- en scale-ups er zelf mee voor zorgen dat ze de bovenstaande valkuil ontwijken.

3 tips om slim je ondersteuningsprogramma te kiezen

Laat er geen twijfel over bestaan: het blijft een goed idee om je als starter te laten begeleiden. Wat géén goed idee is? ‘Pakken wat je pakken kunt.’ Kies en kies slim. Deze drie tips helpen je daarbij:

  1. Kies een programma dat relevant is voor jouw idee of product

Of je nu een energiedrankje of een cryptowallet op de markt brengt, als beginnende ondernemer sta je voor dezelfde uitdagingen. Tenminste, zo luidt het ondertussen populaire cliché in start-upland. Maar zoals alle clichés klopt dit maar deels.

Het maakt wel degelijk een wereld van verschil als je kunt rekenen op een ondersteuningsprogramma met expertise op jouw vakgebied. Wil je een nieuwe technologie lanceren en mis je nog wat cruciale software? Dan ben je bij imec.istart aan het goede adres. Want wij richten ons op start-ups binnen het domein van digitale technologie en nanotech. Maar heb je bijvoorbeeld een briljant idee voor een nieuw bordspel? Dan ben je ongetwijfeld beter af bij een andere accelerator.

Die vakspecifieke kennis is niet alleen belangrijk voor de ontwikkeling van je product of dienst. Ook als je op zoek gaat naar partners en investeerders, is het een troef als je deel uitmaakt van een ondersteuningsprogramma met een netwerk in jouw sector.

2. Kies het juiste programma op het juiste moment

Elke starter die trots zijn ‘idee’ presenteert, krijgt onvermijdelijk een tsunami van lastige vragen over zich heen.

  • Hoe concreet is je idee precies?
  • Heb je gecheckt of je echt de eerste bent?
  • Heb je je idee geregistreerd?
  • Is er al een prototype?
  • Deed je al een marktonderzoek?
  • ...

De antwoorden op die vragen bepalen in welke levensfase jouw idee zich bevindt. En welk ondersteuningsprogramma het beste bij je past. Want sommige programma’s nemen je bij de hand vanaf de prille ideation-fase, terwijl andere later in de levenscyclus de meeste meerwaarde bieden.

3. Walk and don’t look back

Heb je het ondersteuningsprogramma gevonden dat past bij jouw start- of scale-up? Ga er dan ook volledig voor. Alleen zo vermijd je de valkuil die ik hierboven beschreef: aanmoediging verwarren met succes.

Ik zie nog altijd start-ups die parallel twee of meer programma’s tegelijk volgen. Zo wordt het al snel een fulltimejob. Want elk programma stelt bepaalde eisen, zoals workshops en evenementen bijwonen. Zodat je zelfs geen tijd meer overhoudt voor je eigen product en je klanten. En dáár doe je het uiteindelijk toch allemaal voor?

Connecteer met 82.040 abonnees