Neuropsychiater Theo Compernolle: 'Of we ooit terug de regie over onze eigen aandacht kunnen nemen? Absoluut, ik zie hoopvolle tekens bij jonge mensen'

Neuropsychiater Theo Compernolle: 'Of we ooit terug de regie over onze eigen aandacht kunnen nemen? Absoluut, ik zie hoopvolle tekens bij jonge mensen'

Hoe komt het dat die e-mail of sms toch altijd weer acuut lijkt? Waarom is één keer klikken nooit genoeg? Prof. dr. Theo Compernolle schreef met ‘Ontketen je brein’ een bestseller over de houdgreep van technologie op ons brein. Dat boek vatte hij onlangs samen in ‘Zo haal je meer uit je brein’, een snelle handleiding van vijftig pagina’s. “Omdat ik me realiseerde dat juist de mensen die het meest gebaat zijn bij mijn boek geen tijd hebben om het te lezen.”

Rampzalig. Pathetisch. Deerniswekkend. Theo Compernolle schuwt de theatrale bewoordingen niet om te beschrijven hoezeer het hem zorgen baart, de manier waarop wij vandaag omgaan met onze technologie. “We ondermijnen ons brein”, stelt de neuropsychiater die ook een internationaal gerespecteerd consultant is op vlak van stress in de werkcontext. “We ketenen onze productiviteit en creativiteit. Bovendien creëren we een hoop stress door op een verkeerde manier gebruik te maken van onze technologie. Die is fantastisch, maar we zijn hem niet meer de baas. We zijn altijd verbonden, multitasken constant.”

Het probleem is, zo stelt de professor, dat ons brein niets anders doet dan multitasken. “Maar jammer genoeg is juist ons denkend brein daar niet toe in staat. Nu niet en ook de volgende paar miljoen jaar niet, als we tenminste de wereld niet eerder om zeep helpen.”

De anti-sociale media

Heeft Compernolle heimwee naar de tijd waarin we met steekkaarten onze info moesten gaan opzoeken in bibliotheken? Helemaal niet. De overvloed aan databases waarmee we vandaag eender waar en wanneer kunnen connecteren, vindt hij zelfs een geweldige zaak. “Dan gaat het over altijd verbonden kunnen zijn. Professionals en studenten kunnen via de technologie sneller dan ooit tevoren relevante info vinden en verwerken. Als ze daarbij zelf beslissen waar ze zoeken, welke info ze selecteren, hoe ze zoeken en hoe lang ze zoeken, dan is het helemaal prima. Gebruik je de technologie op die manier, dan gééf je aandacht. Aandacht die nodig is om intellectueel productief en creatief te zijn. Jij bent op dat moment meester over de technologie.”

Laten we dat meesterschap varen, dan komen we terecht in een ononderbroken stroom van interessante, maar volstrekt irrelevante informatie. “Dat soort informatie is een overdosis voor ons brein”, klinkt het. “Het is tot op zekere hoogte interessant dat Jeanne een nieuwe koffiemachine heeft gekocht en dat Piet op wintersport gaat. Maar het voegt niets toe aan je leven, aan je kennis. En professioneel brengt het al zeker niets bij. De anti-sociale media leiden je af met informatie die er niet toe doet, waar je niet om gevraagd hebt. Omdat ze er miljarden aan verdienen. Ze maken jou tot consument. Tot een verslaafde consument en een gratis werknemer. Altijd verbonden kunnen zijn is prachtig, altijd verbonden zijn is een catastrofe voor ons brein.”

Het web verleidt ons (en wij vinden het niet erg)

Aan de hand van algoritmes conditioneren zoekmachines en anti-sociale media ons online gedrag, stelt Compernolle. “Ze gebruiken allerhande conditioneringstechnieken om hun toepassing zo verslavend mogelijk te maken”, verduidelijkt hij. “Wist je dat het percentage managers dat geen minuut zonder zijn mobieltje kan, gestegen is tot dertig procent? En dat een op vijf van de 18 tot 24-jarigen zijn vrijpartij onderbreekt wanneer hun smartphone zich laat horen? Waar zijn we dan mee bezig: altijd verbonden, nooit helemaal aanwezig, nooit volledig betrokken, nooit volop productief, nooit ten volle genieten, nooit voldaan.”

Het web kent ons beter dan onze beste vrienden. Alleen, onze beste vrienden durven ons tegenspreken. Dat doet het web dan weer juist niet. De info die we krijgen, bevestigt zoveel mogelijk de opvattingen die we al hebben. Zo worden we getriggerd om verder te klikken, om nog meer informatie over onszelf vrij te geven.

“Vergelijk het hiermee”, legt Compernolle uit, “het is alsof je vijftien jaar geleden de post de toestemming zou hebben gegeven om al je brieven open te maken en je vervolgens een bericht te sturen: ‘Beste, we hebben in uw brief naar uw maîtresse gelezen dat jullie een uitstap plannen naar Parijs. Hier vindt u enkele mooie aanbiedingen.’ Dat is precies wat die bedrijven doen. Per opbod. Wil jij info over - ik zeg maar wat - veertigduizend joodse homoseksuelen? Betaal je, dan krijg je die. Of je nu bonafide, antisemiet of homohater bent of pakweg de verkiezingen in Amerika wil vervalsen.”

Ons brein gaat voortdurend in het rood

Goed, heel ethisch gaat het er niet aan toe, maar stel: ik vind mijn smartphoneverslaving zelf hoegenaamd geen punt. Moeten we ons dan druk maken? “Heel zeker”, betoogt Compernolle. “Ons denkend brein raakt totaal versnipperd. De belangrijkste tool om succesvol te zijn in het leven is ons brein, maar we gaan er dramatisch slecht mee om. We zijn zo inefficiënt bezig dat het onze kennismaatschappij aantast.”

“Bovendien zijn er ook persoonlijke gevolgen. We ondermijnen niet alleen heel erg onze intellectuele productiviteit, creativiteit, en geheugen, maar ons brein komt continu onder stress te staan. Zolang we met ons telefoontje verbonden zijn, zijn we continu alert. Want elk moment kan er een biepje, een trilling onze aandacht vragen. Ons hele organisme gaat voortdurend in alarmfase.”

De belangrijkste tool om succesvol te zijn in het leven is ons brein, maar we gaan er dramatisch slecht mee om

“Dat is misschien een laag niveau van stress”, gaat de professor verder, “maar de meest schadelijke stress is chronische stress. Af en toe zware stress met nadien voldoende tijd om te recupereren, is veel minder destructief dan aanhoudende lage stress. Je merkt het ook aan de vele burn-outs bij jonge mensen. Vroeger was dat een fenomeen voor de categorie midlife. Nu zie ik het in de vriendenkring van mijn kinderen en bij jonge professionals in de bedrijven waar ik opleidingen geef en epidemiologisch onderzoek in Nederland bevestigt die indrukken.”

Geen enkel brein kan multitasken

Wat in ons denkend brein veroorzaakt het probleem? Daar is een eenvoudige reden voor: ons denkend brein kan niet multitasken. Het is niet in staat om twee informatiestromen tegelijk te verwerken. Dat betekent dat we, als we willen multitasken, telkens vlinderen van de ene taak naar de andere. “Bij elke onderbreking moeten we ons werkgeheugen weer even schoonmaken, de informatie in het tijdelijk geheugen zetten en nadien weer ophalen. Dat kost tijd. Tot vier keer meer tijd dan normaal. We maken door die onderbrekingen ook significant meer fouten, vergeten meer en het vraagt aanzienlijk meer energie.”

Wat met al die mensen die beweren dat ze perfect een vergadering kunnen volgen en tegelijk hun e-mails checken? “Zinsbegoocheling”, zegt Compernolle resoluut. “Er zijn honderden tests gedaan die aantonen dat zoiets absoluut onmogelijk is. Al sinds de jaren 1950 weten we dat. Wanneer je brein bepaalde info aan het verwerken is, sluit het zich af voor andere informatiestromen. Bellen en rijden is hetzelfde verhaal. Handsfree bellen in de auto maakt geen enkel verschil, je hebt acht keer meer kans op een ongeval. Het heeft niets te maken met de handen aan het stuur. Even met één hand rijden is perfect veilig. Het is ons denkend brein dat het knelpunt is.”

“Of neem de open landschapsbureaus die sommige bedrijven nog durven inrichten, met alle wetenschap waarover we intussen beschikken. Je zit letterlijk midden op de markt. Je hoort mensen bellen en discussiëren, wordt continu gestoord. Wil je een taak rustig afwerken, dan moet je naar een andere plek. Wat voor onzin is dat? Het kan best zijn dat sommige mensen het leuk vinden om luidop elke vraag te stellen die in hen opkomt, te bellen als het hen uitkomt, maar voor de productiviteit in een kantoor is dat een ramp. In een open kantoor worden mensen gemiddeld om de twee minuten uit hun concentratie gehaald”

De oplossing: in blokken werken

Je moet de baas worden van je technologie, in de plaats van een slaaf van je technologie die bepaalt waar, wanneer, hoe lang en waarmee je bezig bent. Hoe doen we dat? Het antwoord ontleent Compernolle aan ‘batch processing’, een term uit de industrie en de computerwetenschappen. “Werken in blokken, dat is het geheim. Productief breinwerk doe je ongestoord in één blok, rond één thema, zonder enige afleiding. Je moet onderbrekingen uitschakelen, radicaal en genadeloos.

“Heel concreet: je kiest welke taak je wil afwerken, wanneer, hoe lang. Daarvoor zet je een blok vast in je agenda, van een half uur tot een uur. Dan zet je een kartonnen scherm om je heen met daarop ‘do not disturb’: waspropjes in je oren, demonstratief een koptelefoon daaroverheen, geen gesprekjes, e-mails, Instagrammen, Facebook of WhatsApp-berichtjes tussendoor. Pas dan kan je echt productief en geconcentreerd werken. Zo zou iedere werknemer minstens drie ongestoorde blokken per dag moeten hebben.”

“Om ononderbroken geconcentreerd te kunnen werken is het allerbelangrijkste en het allermoeilijkste om al je berichten ook in 3 à 4 blokken te verwerken en je er voor de rest van de dag helemaal niet door te laten afleiden. Vooral als je (lichtjes) verslaafd bent zal je veel ongefundeerde excuses vinden om dat niet te doen. In mijn boek 'Ontketen je brein' staan nog heel wat tips hoe je dat toch voor elkaar krijgt.”

“Je moet ook vermijden dat iedereen je op elk moment kan storen. Het beste is daarom om ook gespreksblokken te plannen en die te melden in je 'out of office' en voicemail waarin je meldt dat je niet bereikbaar bent.”

De kans om onbereikbaar te zijn

Nog een tip die de neuropsychiater meegeeft: maak wekelijks een blok van rotklusjes. Het soort klusjes dat je niet graag doet, uitstelt en die dan typisch opeens dringend zijn geworden. Zo ben je verplicht om belangrijker werk te onderbreken voor een stom dringend klusje.

Of er nog kans is om het tij te keren? Absoluut, de technologie is nog jong. Ze heeft ons overrompeld. Eigenlijk hebben we nooit echt geleerd er goed mee om te gaan

“En voor managers, geef het goede voorbeeld. Je hoeft je mensen echt niet het hele weekend te zitten e-mailen. Als je graag op zondag werkt, is daar niets op tegen. Maar verwacht niet dat je direct antwoord terug krijgt. Geef je medewerkers de kans om hun werk optimaal te organiseren en op de eerste plaats, om regelmatig helemaal onbereikbaar te zijn, als ze melden wanneer ze wel weer bereikbaar zijn. ”

Neem ook zelf je verantwoordelijkheid

Willen we ons brein terug optimaal laten renderen, dan moeten we ook onze eigen verantwoordelijkheid dragen. De oplossing ligt niet alleen op de werkvloer. “Lekker gaan eten met vrienden om te ontstressen? Zeker doen. Maar zet dan ook je gsm uit”, raadt Compernolle aan. “Dagen zonder smartphone? Goed idee, maar heb de wilskracht om ook structureel iets te veranderen. Of er nog kans is om het tij te keren? Absoluut, daar geloof ik in. De technologie is nog jong. Ze heeft ons overrompeld. Eigenlijk hebben we nooit echt geleerd er goed mee om te gaan. Ik zie hoopvolle tekens bij jonge mensen. Bijvoorbeeld bij studenten die elkaar aanmoedigen om samen te gaan studeren in stille ruimtes. Of bedrijven die aandacht geven aan technostress bij hun werknemers.”

“Iedereen, zonder uitzondering, die het in blokken werken invoerde - zelfs mensen op het randje van een burn-out - reageerde met 'Ik heb weer tijd nu' en zelfs 'Ik heb nu ineens tijd over'. Je krijgt van mij de schriftelijk garantie dat als je batch-tasking invoert, je meer en creatiever werk zal verzetten, van een betere kwaliteit, in minder tijd, met minder stress.”

“Dat doet me denken aan een CEO die ik laatst coachte. Zijn personeelschef stuurde hem omdat de man aan het opbranden was. Hij was de hele dag bezig met projecten van over heel de wereld. Kriskras, in een zestal verschillende talen. Een van de dingen die hij veranderde, was een radicale beslissing: dinsdag gaat het over Afrika, woensdag over Europa en donderdag over Amerika. Met andere zaken moeten zijn medewerkers hem op die dagen niet storen. Onlangs zag ik hem via Skype. Hij was zichtbaar gelukkig. ‘Theo, Tanke joe, I hafe taaim nouw!’, riep hij uit – hij is Italiaans van origine. En achter hem kwam zijn vrouw ineens beeld die zei ‘Ande che hafe taaim now for me too! (lacht)”

Connecteer met 81.905 abonnees