Waarom iedereen een politicus zou moeten zijn in deze snel veranderende samenleving

Waarom iedereen een politicus zou moeten zijn in deze snel veranderende samenleving

Afgelopen zondag gingen we met z'n allen stemmen. De voorbije weken stonden dan ook volledig in het teken van overtuigen. De slogans ‘er komt meer ruimte voor’, ‘meer investeringen voor’, ‘dit behoort tot onze absolute prioriteiten’ werden veelvuldig in de mond genomen en dat voor verschillende maatschappelijke uitdagingen. Is 'Meer' echter het juiste antwoord? Bieden meer investeringen nog het antwoord op uitdagingen van een snel veranderende samenleving? Werkt dit nog wel? Kortom, is het niet tijd voor ‘Anders.’

Hoe Anders? Vernieuwing kan pas komen door een grassroots manier van werken te introduceren waarbij uitdagingen geïdentificeerd, geprioriteerd en afhankelijk van de focus expertise betrokken wordt.

Kern van een grassroots logica is dat zowel in het identificeren van uitdagingen, het prioriteren van de uitdagingen en bij het ontwikkelen van oplossingen steeds de eindgebruiker, de burger mee betrokken wordt. Deze vernieuwing zorgt ervoor dat bestaande oplossingen worden uitgedaagd , in vraag gesteld en zelfs verdwijnen om ruimte vrij te maken voor nieuwe oplossingen.

Neem het voorbeeld van leren en de arbeidsmarkt. Anno 2019 zien we dat alle industriële structuren nog steeds overeind blijven. Onlangs vierden we het 75-jarig bestaan van de sociale zekerheid. Ook het sociaal overleg is nog steeds op dezelfde manier georganiseerd. De gestandaardiseerde manier van leren is nog altijd dezelfde.

De essentiële vraag is of die structuren van een industrieel tijdperk nog overeind blijven in een snel veranderende wereld? Hoe kunnen we hier op inspelen? Door 1) andere principes als handvaten te gebruiken maar vooral 2) door die handvaten aan te vullen, in vraag te stellen, te concretiseren door een grassroots manier van werken.

Verbinden van verschillende partijen

Over welke handvaten zou het kunnen gaan voor leren en de arbeidsmarkt? Vooreerst moet in een kennismaatschappij leren voor iedereen leerbaar zijn, net zoals werk voor iedereen werkbaar moet zijn.

Eén type overeenkomst voor werknemers en zelfstandigen moet opgemaakt worden. Dat er een universeel recht moet komen om individueel te leren. Het opstellen van een leerverzekering waardoor de afwisseling tussen leren en werken overbrugbaar wordt, zeker voor mensen die niet in staat zijn om snel te leren. Dat we niet langer moeten spreken over eindtermen maar over begintermen als leren centraal staat.

We poneren de idee dat de arbeidstijd als eenheid afgedaan heeft en dat ook rechten kunnen opgebouwd worden terwijl we aan het leren zijn. Dat ook arbeidsbemiddeling een concept uit de vorige eeuw is waarbij reactief ingegrepen wordt nadat iemand een negatieve ervaring zoals een herstructurering heeft ervaren. Dat sectoren niet langer de beste eenheid zijn om afspraken te maken maar dat er veel cross-sectorale behoeftes zijn.

De sleutel ligt echter niet enkel in het genereren van al die nieuwe mogelijkheden op zich, maar in het verbinden van verschillende partijen om ideeën verder vorm te geven of nieuw handvaten aan te reiken die een wisselende bijdrage leveren. Opleidingsverstrekkers, bedrijven, overheid, start-ups en kenniscentra,... kunnen hier allemaal aan bijdragen. In een dergelijke wisselwerking ontstaat op zo’n multistakeholderplatform nieuwe manieren van denken en niet eerder geëxploreerde oplossingen.

Daarom roepen we iedereen op. Aan elke lerende, elke werkgever en elke werknemer of hun vertegenwoordigers vragen we uitdrukkelijk om een vernieuwing aan te reiken op basis van deze ideeën. Hoe zou het universeel recht op individueel leren er moeten uitzien? Welke alternatieven zijn denkbaar voor de arbeidstijd als rekeneenheid voor verloning? Wat kan een betere indeling zijn dan de indeling in sectoren om sociale afspraken te maken nu grenzen tussen sectoren vervagen en sector overschrijdende afspraken en bewegingen veel belangrijker worden ? Hoe maak je leren voor iedereen laagdrempelig en aantrekkelijk: met andere woorden, hoe maak je leren voor iedereen leerbaar? Welke nieuwe vormen van vertegenwoordiging zijn wenselijk en noodzakelijk?

Ook academici kunnen bijdragen om de implementatie van een vernieuwd beleid te faciliteren. Hoe realiseren we dat iedereen individueel kan leren? Volgens eigen snelheid en eigen talenten op maat van de individuele leerstijl - en dit zonder de complexiteit van het onderwijssysteem op te drijven?

Wie doet mee?

Connecteer met 82.250 abonnees