Hoe deze Brusselse start-up ervoor zorgt dat leerkrachten wereldwijd smartphonegebruik in de les aanmoedigen

Hoe deze Brusselse start-up ervoor zorgt dat leerkrachten wereldwijd smartphonegebruik in de les aanmoedigen

In plaats van smartphones te weren uit klaslokalen, moet je ze net omarmen als een educatieve tool om lessen meer interactief te maken. Vanuit die enigszins gedurfde filosofie werd de Brusselse start-up Wooclap in 2015 door twee ingenieursstudenten boven de doopvont gehouden. Het collaboratieve platform dat interactie tussen leerkracht en studenten faciliteert, staat op het punt om de kaap van 100.000 gebruikers in meer dan 100 landen te ronden en haalde recent 1,4 miljoen euro vers kapitaal op.“Onderwijs is vandaag op bijna exact dezelfde wijze georganiseerd als enkele generaties terug. Dat kan en moet dus veel beter”, aldus marketing manager Gauthier Lebbe.

“Gsm’s uit tijdens de les!” Bij iedere generatie die opgroeide sinds de mobiele revolutie klinkt het bekend in de oren. Scholen en hun lerarenkorps gingen er automatisch vanuit dat de gsm en later de smartphone hun allergrootste vijand was in hun strijd om de aandacht van studenten.

Sébastien Lebbe en Jonathan Alzetta, twee jonge ingenieurs, gaan daar tegenin. Tijdens hun opleiding aan de Solvay Business School vatten ze zo het plan op om diezelfde smartphones juist in te zetten als educatieve tool. Ze startten daarom in 2015 Wooclap en bouwden software die studenten beter doet participeren tijdens de les. Jawel, met behulp van dat kleine toestel waar we allemaal zo verslaafd aan zijn.

Wooclap groeide uit tot een volwaardig platform dat veel tractie genereert: het kan nu al bijna rekenen op 80.000 docenten, afkomstig uit circa 100 landen, en op korte termijn moet 100.000 gebruikers een haalbaar streefdoel zijn.

Daarnaast zijn er partnerships met grote namen als de ULB, Lyon Business School en New York University. De sterke groeicijfers van Wooclap werden recent bekroond met een stevige kapitaalinjectie van 1,4 miljoen euro, waaruit blijkt dat ook Adecco-topman Alain Dehaze en ex-Delhaize-CEO Pierre-Olivier Beckers geloven in het enorme potentieel van de Brusselse start-up.

Founders Jonathan Alzetta en Sébastien Lebbe

Smartphones als tool gebruiken

“In plaats van smartphones te bestrijden maken we er een educatieve tool van”, vertelt marketing manager Gauthier Lebbe, die de jongere broer is van CEO en co-founder Sebastien. “Wij borduren verder op wat studenten al in hun dagelijkse leven doen. Ze hebben hun smartphone altijd en overal bij, dus leek het ons bijna vanzelfsprekend om dat ook te gebruiken als een instrument dat hun leerdoelen ondersteunt.”

Meer specifiek laat Wooclap toe om van een les iets participatief te maken. “Onze focus ligt vooral op grote groepen, denk aan lessen in grote aula’s waar honderden studenten aanwezig zijn”, vertelt Lebbe. “Een docent kan makkelijk interageren met zijn toehoorders, bijvoorbeeld aan de hand van meerkeuzevragen of polls. Omgekeerd kunnen er vanuit de zaal ook vragen worden gesteld aan de docent. Andere studenten kunnen die vragen dan upvoten of erop reageren. Zo zorg je er trouwens ook voor dat docenten het niveau van hun studenten veel beter kunnen inschatten.”

Van gebruikers betere studenten maken

Wat is er dan mis met simpelweg je hand opsteken? “Helemaal niks”, lacht Lebbe. “Maar de ervaring leert dat in grotere groep veel mensen vaak geen vraag durven te stellen. Of er is niet altijd tijd om iedereen aan bod te laten komen. Via smartphone ligt de drempel veel lager en verloopt die interactie veel vlotter. Ook kan een docent op die manier makkelijk zien wat de belangrijkste vragen zijn en kunnen studenten sneller reageren op vragen van docenten.”

Het platform wordt regelmatig uitgebreid met tal van nieuwe features. “Op die manier willen we van onze gebruikers betere studenten maken”, zegt Lebbe. “Nu zie je dat ze vooral vlak voor de examens beginnen blokken, wat uiteraard niet altijd evident is. Daarom zijn we nu aan het onderzoeken hoe Wooclap ervoor kan zorgen dat studenten meer tijdens het jaar hun leerstof herhalen.”

Marktleiderschap in EdTech

Binnen nu en twee jaar ambieert Wooclap het Europees marktleiderschap in education technology. EdTech is een snelgroeiende markt die onderwijs de digitale eeuw moet binnenloodsen. En toch is er nog geen reden om euforisch te doen. “Op vlak van technologie loopt ons onderwijs gigantisch achter”, waarschuwt Gauthier Lebbe. “We organiseren het vandaag op bijna exact dezelfde manier als enkele generaties terug. En dat terwijl het onderwijs net een perfecte weerspiegeling van onze snel veranderende samenleving zou moeten zijn.”

Maar die strijd verloopt niet altijd even makkelijk. Zo verbood Frankrijk vorig jaar nog smartphones op alle lagere en middelbare scholen. Onterecht, volgens Lebbe, “Dat gaat in tegen opvoedkundige principes die aanraden om zoveel mogelijk elementen uit de leefwereld van studenten te gebruiken. Onze grootste uitdaging is vaak om mensen te overtuigen dat technologie effectief kan bijdragen aan het behalen van de leerdoelen.”

100.000 gebruikers

Als je kijkt naar het huidige aantal gebruikers, is Wooclap alleszins op de goede weg om zijn torenhoge ambities waar te maken. Het platform vond al zijn weg naar meer dan 100 landen en op korte termijn willen ze de kaap van 100.000 docenten overschrijden. Best indrukwekkende cijfers voor een Belgische start-up.

Hoe hebben ze die groei voor elkaar gekregen? “We zagen dat er veel alternatieve platformen waren die min of meer hetzelfde deden als wij, maar die ofwel weinig gebruiksgemak hadden ofwel bepaalde functies misten”, verduidelijkt Gauthier Lebbe. “Dus hebben we alles ingezet op gebruiksgemak én op het aanbieden van features die docenten zelf ook echt wilden. Meestal kiezen bedrijven één van de twee, maar wij slaagden erin om beide succesingrediënten te combineren. Zo bouwden we al snel een trouwe fanbase op, en konden we organisch groeien.”

Partnerships met universiteiten

Aanvankelijk groeide het Belgische platform vooral via een virale verspreiding, letterlijk van docent naar docent. Daarna maakte Wooclap de shift naar institutionele verkoop. Vandaag kunnen individuele docenten nog steeds het platform gebruiken, maar de nadruk ligt op partnerships met universiteiten.

“Praktisch alle Franstalige universiteiten in België werken al met ons platform”, vertelt Lebbe met enige trots. “We laten hen eerst een proefperiode doen in kleinere context, en trekken dan naar de persoon die binnen de universiteit verantwoordelijk is voor de technologie.”

Hun businessmodel hangt voorlopig ook af van institutionele klanten, en heeft veel weg van een klassieke SaaS-oplossing. “We verkopen licenties”, beaamt Lebbe. “Universiteiten kopen dus elk jaar toegang tot ons platform voor hun docenten. Daarnaast werken we met bedrijven die het gebruiken om participatie bij keynote presentaties te faciliteren. In dat geval verkopen we licenties per event.”

Schipperen tussen winst en verlies

Ondertussen haalde het Brusselse bedrijf al meermaals extern geld op. Eind 2017 was een eerste kapitaalronde goed voor 360.000 euro, dit jaar konden ze een kapitaalverhoging van 1,4 miljoen euro doorvoeren.

Initieel groeiden we op eigen middelen”, vertelt Lebbe. “We waren al winstgevend nog voor onze eerste kapitaalophaling. Maar met het geld van die investeringsronde konden we een eerste serieuze groeispurt organiseren, wat wel betekende dat we terug verlies maakten. Voor onze tweede ronde van start ging, werden we opnieuw winstgevend. Na de recente kapitaalinjectie willen we internationaal uitbreiden en dus ook Europees marktleider worden in onze niche.”

Na de recente kapitaalinjectie willen we internationaal uitbreiden en dus ook Europees marktleider worden in onze niche

Het bedrijf weet wat het is om te schipperen tussen winst en verlies. Na hun laatste kapitaalronde hopen ze alvast een nieuwe groeispurt te kunnen maken. “Dankzij deze ronde kunnen we nu gecontroleerd verlies maken”, geeft Lebbe mee. “Tegen 2020 hopen we opnieuw winstgevend te zijn.”

Klein team, grootse plannen

Opvallend genoeg gaat die groeispurt wel niet gepaard met personeelsuitbreiding. Klein is fijn voor de EdTech pioniers uit Brussel. Vandaag beschikt Wooclap over een team van 11 mensen, inclusief de oprichters, en wil het bedrijf groeien naar een bescheiden 15. “We houden het team bewust zo klein mogelijk”, vertelt Lebbe. “Dat is gezelliger en zo blijven we een eenheid. Een goede teamspirit is onontbeerlijk als je sterk wil groeien. En zolang je niet te groot wordt, kan je die teamspirit van de begindagen makkelijker behouden."

Dat klinkt misschien paradoxaal, maar voor een schaalbaar softwareproduct is een klein team helemaal niet zo abnormaal. Toen WhatsApp in 2014 door Facebook werd gekocht voor 19 miljard dollar hadden ze maar een 50-tal werknemers. En Instagram deed het met nog minder. Ze werden in 2012 overgenomen voor 1 miljard dollar terwijl ze maar 13 namen op de payroll hadden staan. “Natuurlijk moet je het team afstemmen op je product en je groeiplannen”, reageert Lebbe. “Maar als je kleiner bent, blijf je wendbaarder en kan je jezelf sneller aanpassen aan nieuwe omstandigheden.”

De toekomst ziet er alvast veelbelovend uit, als we Gauthier Lebbe mogen geloven. “Internationaal gaan we nog een serieuze versnelling hoger schakelen. Dan denk ik onder meer aan het Verenigd Koninkrijk, Spanje en Duitsland. Stuk voor stuk grote onderwijsmarkten die we binnen de twee jaar willen veroveren.

“Maar tegelijk blijft Wooclap ook inzetten op zijn bestaande gebruikers. Zo gaan we in de toekomst nog intenser samenwerken met universiteiten en bijkomende functies aanbieden waarvan ze niet wisten dat ze die nodig hadden. Groei en gebruikservaring blijven dus voorop staan.”

Connecteer met 81.904 abonnees