“Waarom kijken Belgische bedrijven altijd eerst naar de buurlanden, terwijl een expansie in de VS soms goedkoper kan zijn?”

“Waarom kijken Belgische bedrijven altijd eerst naar de buurlanden, terwijl een expansie in de VS soms goedkoper kan zijn?”

Wil je als scale-up sneller groeien? Trek dan naar New York! De Antwerpse Catalina Daniels, gepokt en gemazeld als consultant en investeerder, voegde de daad bij het woord en stampte in The Big Apple een nieuwe accelerator voor Vlaamse scale-ups uit de grond. “Op twaalf weken tijd proberen wij zo’n Belgische scale-up echt te rebooten op maat van de Amerikaanse markt én mentaliteit”, zegt Daniels. “Het is een huizenhoog cliché maar eens je het in New York gemaakt hebt, ligt de hele wereld min of meer voor je open.”

Catalina Daniels had er al een stevige carrière als consultant bij McKinsey opzitten toen ze enkele jaren geleden in het startup-wereldje belandde. Als coach maar ook als investeerder. Twee jaar geleden zette ze in New York de Flanders New York Accelerator (FNYA) op de rails, een gloednieuw programma om Vlaamse scale-ups toegang te bieden tot de Amerikaanse markt en op termijn zo ook hun internationale groei te versnellen. Het betreft een samenwerking tussen Entrepreneurs Roundtable Accelerator, FIT, Belcham and imec.istart. Deelnemende bedrijven genieten steun van de Vlaamse Overheid én van de deelnemende partners.

Sneller naar de States

“Het allereerste jaar dat ik in New York als investeerder actief was, heb ik bijna driehonderd start-ups en scale-ups de revue zien passeren,” blikt de Antwerpse terug. “Daar zat letterlijk geen enkel Vlaams bedrijfje tussen, en dat heeft me aan het denken gezet. Hoe was het mogelijk dat onze ondernemers zo zwaar ondervertegenwoordigd waren in een stad als New York, terwijl we intussen in Vlaanderen toch al op een behoorlijke start-upscene konden terugvallen?

Het allereerste jaar dat ik in New York als investeerder actief was, heb ik bijna driehonderd start-ups en scale-ups de revue zien passeren. Daar zat letterlijk geen enkel Vlaams bedrijfje tussen, en dat heeft me aan het denken gezet

“En waarom volgden die Vlaamse starters en scale-ups altijd hetzelfde traject, waarbij ze eerst naar onze buurlanden lonkten maar blijkbaar nooit meteen de stap naar New York durfden te zetten? Terwijl die stad groeibedrijven zoveel te bieden heeft: het is de toegangspoort tot een geweldig grote markt en het zit hier tjokvol getalenteerde en ambitieuze mensen en bedrijven. Het is een cliché, maar eens je het hier gemaakt hebt, ligt de hele wereld min of meer open.”

Die Amerikaanse medaille heeft uiteraard wel een keerzijde, zo geeft Daniels grif toe: zeker voor een klein Belgisch bedrijfje is het geen sinecure om in de VS kapitaal bij elkaar te schrapen. Maar dat is in eerste instantie dan ook niet de bedoeling: idealiter verzamel je in België eerst het nodige kapitaal en trek je vervolgens de oceaan over om toegang te krijgen tot die reusachtige Amerikaanse markt.

“Ik begrijp best dat heel wat Belgische groeibedrijven voorzichtig te werk willen gaan, en vanuit eigen land eerst naar de buurlanden kijken. Maar vergis je niet: als je in Europa al die nog relatief kleine en vaak ook nog behoorlijk sterk verschillende markten stap voor stap moet veroveren, ben je op het einde van de rit misschien wel meer kapitaal kwijt dan mocht je meteen de stap richting VS hebben gezet.”

Met Flanders New York Accelerator hoopt onze landgenote Belgische scale-ups niet enkel een toegangspoort tot die grote Amerikaanse markt te bieden, op wat langere termijn kan zo’n voet tussen de deur in New York voor scale-ups ook interessant zijn met het oog op nieuwe investeringsrondes. “Voor echte starters ligt dit lastiger, omdat ze dan vaak ook meteen de vraag zullen krijgen om ook hun hoofdkwartier in de VS te vestigen. Voor bedrijven die al een zekere naam en omvang hebben, is dit doorgaans niet meteen een bindende vereiste. Terwijl het voor hen ook een stuk eenvoudiger zal zijn om in een stad als New York grotere investeerders te vinden. Iets wat vandaag ook in Vlaanderen toch nog vaak een struikelblok blijkt”, weet Daniels.

Starterswalhalla: New York of Sillicon Valley?

Voor de eerste sessie van het twaalf weken durende acceleratieprogramma werden vorig jaar vijf Vlaamse bedrijven geselecteerd. Binnenkort mag een tweede lichting scale-ups haar koffers pakken. “We gaan op zoek naar ondernemingen die echt schaalbaar zijn – technologiebedrijven met een aantoonbaar groeipotentieel zeg maar – en die in eigen land ook al bewezen hebben dat ze over een marktrijp product én de nodige klanten beschikken.”

“Daarnaast moet zo’n bedrijf al op een stabiel team kunnen terugvallen én echt de ambitie hebben om de Amerikaanse markt op te gaan. In ruil bieden wij hen toegang tot ERA, de oudste accelerator hier in New York die intussen ook al flink wat buitenlandse programma’s lopen heeft.”

Catalina Daniels

Maar waarom zou een Vlaamse scale-up nu voor New York kiezen, terwijl we hier al jarenlang om de oren geslagen worden met het idee dat Silicon Valley het enige echte starterswalhalla is en blijft? “Niemand zal ontkennen dat de Valley tot vandaag hét innovatiecentrum voor de echte hightech-bedrijven blijft, maar anno 2019 is technologie veel breder en veel toegankelijker geworden,” klinkt het.

De roots van Silicon Valley liggen eerder in research en fundamenteel onderzoek, terwijl New York vooral is gegroeid vanuit zijn status als corporate centrum

Technologie zit vandaag verweven in alle mogelijke sectoren, en een stad als New York heeft zich de voorbije jaren op de kaart gezet als een van de belangrijkste centra voor ondernemers wereldwijd. Elke ondernemer heeft centen nodig, moet zo snel mogelijk op zoek naar zoveel mogelijk klanten en kan enkel maar overleven en groeien dankzij de inbreng van nieuw talent. Laat New York nu net een soort van magneet zijn voor elk van die drie levensbelangrijke componenten.”

“Laat me toe om dit te illustreren met enkele cijfers: in 2017 werd in deze stad al 13 miljard dollar geïnvesteerd in start-ups en scale-ups. In 2012 was dat 2,3 miljard, wat van New York de snelste groeiende tech markt ter wereld maakt. De stad telt vandaag al ruim 325.000 tech-jobs, aan talent dus evenmin gebrek. Verder is New York de stad met de hoogste concentratie aan Fortune 500-bedrijven. Het bruto nationaal product bedraagt 1,3 miljard dollar, dat is bijna 8% van het bnp van de VS en meer dan 2,5 maal dat van België. De roots van Silicon Valley liggen eerder in research en fundamenteel onderzoek, terwijl New York vooral is gegroeid vanuit zijn status als corporate centrum.”

Bruggen slaan met corporates

De verdere groei van start-ups richting scale-up én de samenwerking tussen start-ups en grotere bedrijven blijven tot vandaag ook in Vlaanderen heikele punten. Kunnen we hier dan lessen trekken uit de aanpak in New York, en bestaat er zoiets als een succesrecept om die groei en samenwerking te versnellen?

“Ik weet niet of we zo pessimistisch moeten zijn,” geeft Catalina Daniels aan. “Onlangs bezocht ik een aantal grote Belgische bedrijven. En eerlijk waar: ik was aangenaam verrast over wat er op dat vlak in België al gebeurt vandaag. Al blijft die samenwerking misschien nog iets te vaak beperkt tot het lokale niveau, en zouden we in België ook wat sneller al over de landsgrenzen moeten durven te kijken.”

“Wat me dan weer opvalt in de VS, is dat veel meer grote bedrijven daar effectief al heel wat ervaring opgedaan hebben en instrumenten hebben ontwikkeld om de samenwerking met start-ups en scale-ups te optimaliseren en bruggen te slaan. Bijvoorbeeld via de ontwikkeling van een eigen acceleratieprogramma of de oprichting van een eigen venture capital-arm.”

“De tijd dat grote bedrijven enigszins meewarig neerkeken op die kleine starters is intussen echt wel voorbij. Al was het maar omdat die grote corporates stilaan beseffen dat ook zij heel veel te winnen hebben bij meer samenwerking en open innovatie. Maar tegelijk blijft het voor grote bedrijven nog altijd heel lastig om dat grote cultuurverschil tussen een starter en een gevestigd bedrijf te overwinnen. En ook dat is dan weer heel eigen aan die Amerikaanse starterscultuur: Amerikanen durven meer, ze gaan er volledig voor, en dus krijgen start-ups ook sneller kansen om zich te bewijzen in een samenwerking met een gevestigde naam.”

Het lijdt geen twijfel dat we in België start-ups and scale-ups hebben die de ambitie mogen koesteren om tot de absolute wereldtop te behoren

“Ook dat was voor mij een reden om met die accelerator in New York te starten: de culturele verschillen tussen ons land en de VS zijn gigantisch groot, en dat vertaalt zich onder meer in die durf en vaak veel agressievere aanpak. In die periode van twaalf weken proberen wij zo’n Belgische scale-up echt te rebooten op maat van de Amerikaanse markt en mentaliteit. We geven hen toegang tot een groot Amerikaans netwerk, uiteraard, maar het gaat een heel stuk verder. In New York leer je bijvoorbeeld ook heel anders pitchen, wat je achteraf ook in Europa heel goed van pas kan komen.”

Het lijdt geen twijfel dat we in België start-ups and scale-ups hebben die de ambitie mogen koesteren om tot de absolute wereldtop te behoren”, benadrukt Daniels. “Maar daarvoor moet je wel grote markten zoals de VS veroveren. Ik ben ervan overtuigd dat ons land meer unicorns zoals Collibra en recent ook Combell zou tellen, mocht meer Belgische ondernemers die stap vroeger durven zetten. Met FNYA stimuleren we dit en verhogen we hun slaagkansen.”

Connecteer met 82.087 abonnees
Schrijf u in voor onze wekelijkse nieuwsbrief