
Deel dit artikel
Vanaf 15 november is het in Peking niet alleen verboden om met een drone te vliegen, maar ook om er een te bezitten, op te slaan of te vervoeren. Het verbod geldt op het hele grondgebied van de hoofdstad en treft zo'n 22 miljoen inwoners. Ook losse kernonderdelen zoals motoren, batterijen en vluchtcomputers vallen eronder.
Inwoners krijgen twee maanden om hun toestel weg te doen. Wie verkoopt via een erkend terugkooppunt krijgt tot eind oktober 30 procent subsidie, daarna nog 15 procent. Een drone gratis opsturen naar familie buiten de stad kan ook, of inleveren als schroot voor 200 yuan, ongeveer 24 euro. Wie na de deadline toch een toestel in huis heeft, riskeert een boete van 500 tot 5.000 yuan (60 tot 600 euro). Voor wie ermee vliegt verdubbelt dat bedrag en wordt het toestel in beslag genomen. De regel geldt ook voor toeristen en zakenreizigers.
Aanleiding is een ongeval van eind juni, toen een klein sportvliegtuig tegen de hoogste wolkenkrabber van Peking vloog. De piloot kwam om, dertien mensen raakten gewond. De toren staat in de buurt van het regeringscomplex Zhongnanhai en het Tiananmenplein. Chinese commentatoren wijzen daarnaast op Oekraïne en het Midden-Oosten, waar goedkope commerciële drones worden omgebouwd tot krachtige wapens.
China zet zwaar in op zijn "lage-hoogte-economie" met pakjesbezorging, landbouwdrones en vliegende taxi's. De burgerluchtvaartdienst raamde die sector op 1.500 miljard yuan voor 2025, zowat 190 miljard euro, en verwacht meer dan het dubbele tegen 2035.
Andere steden gaan de andere kant op. Shanghai opende dit jaar meer dan de helft van zijn grondgebied voor hobbyvluchten, en Shenzhen wil zijn luchtruim verder openstellen. Politie, hulpdiensten, universiteiten, onderzoekscentra, fabrikanten en landbouwers kunnen na een veiligheidscontrole nog wel een vergunning krijgen.