​Europa kijkt naar de wereld door een bril uit een vorige eeuw. We debatteren over regels die niet meer gelden, terwijl China stilletjes de nieuwe werkelijkheid tekent. Geen verkiezingsretoriek, geen koerswissels om de vier jaar. Eén lijn, al dertig jaar lang. Een strategie die generaties overspant en ondertussen onze retail, industrie en geopolitieke speelruimte hertekent.

Hier wisselen we Trump voor Biden voor Trump. Een nieuwe coalitie komt, de vorige verdwijnt. Zigzaggen heet dat. Veel beweging, weinig vooruitgang. De dronkelap-logica van de democratie.

China daarentegen volgt één koers. One Belt, One Road is geen slogan voor op een congres, maar een wereldwijde structuuragenda die handelsroutes, logistieke knooppunten en digitale corridors vastlegt voor decennia. Chinese bedrijven zijn daarin geen losstaande spelers. Ze functioneren als schakels binnen één nationale logica, aangestuurd door dezelfde staat. Dat maakt veel Europeanen ongemakkelijk. Maar het verklaart waarom China versnelt en wij ter plaatse trappelen.

De retail wordt ingepakt

De gevolgen zijn het scherpst zichtbaar in de winkelstraat. Terwijl Europese merken consolideren of marktaandeel verliezen, koopt China stelselmatig de schakels van de keten. Jack Wolfskin verdwijnt naar Anta Sports. Puma ligt op tafel, met interesse van Anta, Li Ning en ASICS. Geen opportunistische deals, maar systematische expansie.

Anta bezit al Amer Sports, het huis achter Salomon, Wilson en Arc'teryx. Het bouwt zijn ecosysteem uit zoals Europa ooit fabrieken bouwde: met geduld, kapitaal en een glashelder doel. Europese eigenaars zoals de Pinaults haken af wanneer de volatiliteit te groot wordt. Chinese kopers stappen net dan in, omdat ze verder kijken dan het volgende kwartaal. China koopt geen merken voor nostalgie. Het koopt schaal, distributie en strategische ankerpunten in Europa.

JD.com speelt hetzelfde spel, maar dan op infrastructuurniveau. De overname van Ceconomy oogt als een klassieke retaildeal. In werkelijkheid is het een logistieke machtsgreep. MediaMarkt en Saturn zijn voor ons winkels. Voor JD zijn het knooppunten in een netwerk van datastromen, distributiehubs en voorspellende algoritmes.

JD weet wat je gaat bestellen nog voor je het zelf weet. Het weet waar de vraag stijgt en welke producten samen in één mandje belanden. Dat is geen commerce meer, maar infrastructuur. Een infrastructuur die Europa zelf nooit heeft uitgebouwd. Terwijl onze ketens worstelen met omnichannel, beschouwt JD fysieke winkels als verlengstuk van een dataplatform. De winkel wordt magazijn. De verkoop wordt dataset. De consument wordt signaalbron. Dat is de filosofie die we structureel onderschatten.

​Chinese spelers bouwen een ecosysteem uit zoals Europa ooit fabrieken bouwde: met geduld, kapitaal en een glashelder doel.

Data als grondstof

Hetzelfde patroon zie je bij Shein, Temu en AliExpress. Wanneer Shein een winkel opent in Parijs, staat Frankrijk in brand. Maar die winkel is niet bedoeld om te verkopen. Het is een meetpunt, een fuik in een datastroom. Jongeren komen kijken, passen, filmen, posten, klikken. Elke beweging wordt data. Die data stuurt het algoritme dat de mode-industrie ondergraaft.

Shein maakt geen kleding. Het genereert code die beslist wat geproduceerd wordt, in welke aantallen en hoe lang het blijft bestaan. De winkel is decorstuk in een digitale machinemuur. Protesten zorgen voor rijen, rijen voor posts, posts voor data. En data levert schaal. Europa reageert met rechtszaken en boetes, terwijl Shein al weet wat volgende maand in de kast hangt nog voor onze merken hun seizoen hebben ontworpen.

​Shein maakt geen kleding. Het genereert code die beslist wat geproduceerd wordt, in welke aantallen en hoe lang het blijft bestaan.

Europese hypocrisie

Wat daarbij vergeten wordt: Europa heeft jarenlang meegespeeld in exact dezelfde logica. De de-minimisregel, die kleine pakketten goedkoop en eenvoudig invoerbaar maakt, wordt vandaag geassocieerd met Chinese platformen. Maar de praktijk van herlabeling en minimale assemblage bestaat al veel langer binnen Europa zelf.

Prato in Italië is het bekendste voorbeeld. Jarenlang werd kleding in Azië geproduceerd, naar Italië verscheept, daar voorzien van een label of minimale afwerking, en verkocht als "Made in Italy". De consument kreeg het gevoel van Europese ambacht. De realiteit was een mondiale productieketen. Europese bedrijven klaagden over oneerlijke concurrentie uit China, maar gebruikten zelf dezelfde achterpoortjes om marges te beschermen en regelgeving te omzeilen. Het toont hoe verweven en hypocriet het systeem is geworden. Waar iets gemaakt wordt, zegt steeds minder. Wat telt, is wie de keten bezit en bepaalt waar elke stap plaatsvindt.

Auto's op Chinese schaal

In de auto-industrie is die logica nog scherper voelbaar. Volvo-topman Hakan Samuelsson zegt luidop wat veel Europese CEO's toegeven: de elektrische automarkt zal gedomineerd worden door twee of drie Chinese merken, net zoals Ford, Volkswagen en Toyota dat waren in het tijdperk van de verbrandingsmotor.

Het draait niet om design, maar om schaal en verticale integratie. China beheerst de volledige keten, van grondstoffen en batterijen tot assemblage en software. Europese merken hebben geschiedenis, kwaliteit en technische elegantie. Maar ze missen een geïntegreerde productiearchitectuur die goedkoop en wereldwijd uitrolbaar is. Volvo hoopt te overleven omdat het kan rekenen op Geely. Voor veel andere merken is die schaal er niet.

AI als productieversneller

Daarbovenop komt China's AI-offensief, de stille motor achter al deze verschuivingen. Terwijl Europa verzandt in debatten over ethiek, voorzorgsbeginselen en richtlijnen, gebruikt China AI als productiefactor. AI wordt geïntegreerd in productie, transport, zorg, overheid, logistiek, onderwijs en retail. Het land bouwt aan een samenleving waarin AI niet optioneel maar vanzelfsprekend is.

In steden als Hangzhou krijgen kinderen vanaf jonge leeftijd AI-onderwijs. In Europa struikelen we al over het woord "curriculum". De AI Plus-strategie mikt op bijna volledige adoptie binnen tien jaar. Niet als wensdroom, maar als uitvoeringsplan. BYD dient dagelijks tientallen patenten in. JD runt autonome magazijnen. Shein stuurt een wereldwijde modeketen aan via realtime algoritmes. Dit is vandaag reeds realiteit. En dat op een schaal die Europa nauwelijks probeert te evenaren.

​Terwijl Europa verzandt in debatten over ethiek, voorzorgsbeginselen en richtlijnen, gebruikt China AI als productiefactor.

Europa saboteert zichzelf

Europa beschikt nochtans over sterke fundamenten. Kennis, creativiteit, kwaliteit, diversiteit, hoogopgeleid talent. Maar die fundamenten worden ondermijnd door traagheid, regeldruk, structurele vergrijzing en het ontbreken van een gezamenlijke langetermijnvisie. We debatteren te veel en bouwen teweinig. We reguleren sneller dan we innoveren. We creëren drempels waar anderen platforms creëren. Onze systemen zijn complex, gefragmenteerd en kortademig.

China werkt met continuïteit. Het maakt niet uit wie aan de top zit, de richting blijft dezelfde.

​ In Europa debatteren we te veel en bouwen we teweinig.

Een spiegel, geen dreiging

Zie mijn betoog niet als een dreiging maar als een spiegel. Europa hoeft China niet te kopiëren, maar het moet stoppen zichzelf te saboteren. De wereld verandert sneller dan onze besluitvorming en dwingender dan onze reflex tot voorzichtigheid.

De vraag is niet of China ons inhaalt. Dat is al gebeurd. Maar is Europa écht bereid eindelijk vooruit te rijden, zonder telkens de handrem op te trekken? Of we eindelijk erkennen dat strategie meer is dan slogans, commissies en vierjarige beleidsperiodes.

Als we die stap niet zetten, dan worden Jack Wolfskin, Puma, MediaMarkt en delen van de Europese auto-industrie geen uitzonderingen. Dan zijn het voorboden van een toekomst waarin Europa vooral toekijkt terwijl anderen het spel bepalen.

Bekijk hier een korte video waar ik e.e.a. toelicht